terug naar index
Inborst der burgers

In een volledige beschrijving van de stad Gent, somt Sanderus ook de  karaktertrekken van de Gentenaars op.

 

De Burgers van Gendt hebben altoos tot sieraad van het Gemeene-Best, in Vreedes- en Oorlogstyden uitgeblonken. Hun aardt is zoodanig, dat zy, indien zy met beleeftheid en goedgunstigheid geleid worden, tot alles gereed, maar gedwongen wordende, wederspannig, en onbeweeglyker dan rotzen zyn. Bedrog en veinzery verfoeien zy in den uitersten graad, geenszins verstaande het kunsje van anders te spreeken, dan zy in hun hart gevoelen; ten zy eenige Hoofsche lucht, van elders overgewaait, hen mede wat besmet heeft. Zy zyn tot den Koophandel en alle andere eerlyke Hanteeringen genegen, en in Handwerken arbeidzaam, en naarstig. Voormaals vond men onder hen ook voortreffelyke Laken-Weevers, die omtrent het jaar 965, in groot getal, door Graaf Boudewyn, Zoon van Arnulf, derwaarts gebracht waren.

In alle oude tyden trokken zy met de Graaven te Veld, en alle de Jaarboeken zyn vol van hunne kloekmoedigheid en roem, die zy door de Wapenen behaald hebben. Gelyk de Nerviers ten tyde der Romeinsche Heerschappy in deze Gewesten, de dapperste van alle de Nederlanders zyn geweest, dus hebben de Gendtenaars na dat deze Landen den Romeinen ontwrongen, en in de handen der Gaulen, en na hen in die der Bourgonjers geraakt zyn, alle anderen in kloekmoedigheid den loef afgestoken. Nooit zyn zy van hunne Vyanden door de Wapenen ondergebracht, nooit uit hunne woonplaats verdreeven, noch nooit voor de Françoizen geweeken; in tegendeel hebben zy deze, met haare geheele macht in Vlaandre vallende, dikwils op de vlucht geslagen, en geheel Vlaandre door hunne Wapenen beschermt. Ook hebben zy onder de Graven Lodewyk van Nevers, en Lodewyk van Male, wanneer die Volken dit Gewest, en de Graafschappen van Artois en van Henegouwe afliepen, pal gestaan, den Vyand gedurig werk verschaft, en hen, zelfs onoverwinnelyk zynde, meermalen overwonnen. Hunne Dapperheid blonk insgelyks uit onder Guy Dampierre, wanneer zy tegen Philips den Schoonen, Koning van Vrankryk, na de overwinning by Groeningen, welke voornamelyk hunne kloekmoedigheid toegeschreeven moet worden, met een Leger van 80000. Man na Vlaandre afkomende, om hen met geweld onder te brengen, van den opgang tot den ondergang der Zonne, by den Berg ...... als Leeuwen vochten. Op een anderen tyd, wanneer zy door een Leger van 60000. Man omringt en binnen hunne Stad geslooten waren, hebben zy twee andere Steden door hun eigen Krygsvolk belegert. Onder het bestier van Philips van Eertveld, maakten zich de Gendtsche Krygsbenden, het zy met recht of onrecht, ’t gene ik aan anderen overlaat om te beslissen, van geheel Vlaandre meester.

Deze Stadt heeft Graaf Lodewyk van Male met 30000. Man op haar afkomende, met vyfduizend van de haare op de vlucht gedreeven, en de Vesten van Brugge gelyks den grond geslecht. Dus hebben zy Hertog Karel den Stouten, die zeer tot Oorlogen gezindt was, in ’t jaar 1464. in ’t gevecht by Monthery zonder enig gevaar te schroomen, gevolgt. Wanneer Paus Pius de II. eindelyk de Kristen Mogentheden vermaande, de Turksche Ongelovigen te bevechten, en Philips van Bourgonje, bygenaamt de Goede, zynen Zoon Antoni na het Heilige Lant zond, om de Kristenen aldaar te hulp te komen, zyn met den zelven ook honderd en tachtig Gendtenaars, de Bloem der Stad, en met Kruisen versiert, onder de aanvoering van Hector van Cosselier, een Manhaftig Krygsheld, derwaarts vertrokken.

 

Uit:

Anthonius Sanderus: Verheerlijkt Vlaandre (1735), gecit.ed. 1980, dl. 1, p. 129-130



Vind dit boek in de bibliotheek Gent