terug naar index
Je zou wel eens een dag het water willen zijn

Derde stadsgedicht van de eerste Gentse stadsdichter, openbaar gemaakt op O de Gand, 13 september 2003.

 

je zou wel eens een dag het water willen zijn
helder van geest, door de mazen van het net glippend,
thuis in elke haven 

daar waar het water de bruggen verdient
zag ik je silhouet het anker lichten en ik dacht
wie vaart geneest altijd het hart

van hout was je, immer drijvend,
met gespreide armen het troebele water troostend
ik haalde je in, liet het onschuldige roer rusten,
het water weet hoe ik met je samenviel 

nu is de regen een boek van vallende woorden
ik luister hoe hij je naam uitspreekt
onze foto's zijn vroeger geworden, verstild
achter een raam van dubbel glas en
wat binnen verblijft zit altijd opgesloten 

vandaag zoek ik je stroomafwaarts, onverdroten,
de dag is ruim voor wie de avond kent
nergens een meander om aan te leggen
je weet het water telt vele vrienden
maar laat mij je bemanning zijn

Uit:

Roel Richelieu van Londersele: Gent, de stad in gedichten (2005), z.p.



Vind dit boek in de bibliotheek Gent