terug naar index
Kastanjestraat

BOSTE  Allez Richard, laat u niet doen. Allez, Lahaut in onzen opera, de moord op Lahaut, de laatsten akt! TONI  Hij heeft geen stuk meer. ’t Heeft gene zin meer om te babbelen over een slot BOSTE  Zwijgt gij! 18 augustus 1950! Moet ‘k ’t hem vertellen? TONI  Er is geen slot meer! ’t Is geen stuk meer! BOSTE  ‘k Zal ’t vertellen. 18 augustus van ’t jaar 50. ’t Is nen helen heten zomer. In een huizeke in de Kastanjestraat op ’t eerst verdiep ligt ’t klein Bosteke in zijn beddeke. Hij is 3 jaar en beneden zit zijn papa en zijn pépé, mijn ma en Rosa van over ’t straat te wiezen, met de radio op France Culture TONI  Maar allez!! RICHARD  Ssst BOSTE  Als ‘k sla zit ’t er op. Dat is in de Vlaanders. We gaan naar de Walen, juist ’t zelfde moment, de horlogie op de schouw op 10 na 9. Ge zoudt denken, ’t is in dezelfde buurt, maar ’t is in Seraing dat we zijn, rue de la Vecquée. Ook bakstenen en kasseien, iets beter toch, huizekes per 2, een hofke. We staan voor nummero 65. ’t Schemert al een beetje. Madame Ista van daarneffen is nog een kommiske gaan doen, ze passeert 2 mannen, ze kent ze niet. Er staat ook nen auto. Vanachter in de keuken bij de Lahauts zit Géraldine met hare vent aan tafel. Ze wonen daar nu een jaarenhalf sedert dat ze verhuisd zijn uit nummero 27, ’t geboortehuis van Julien. Nu zijn ze aan ’t eten.
(…)
BOSTE  De twee typen, ne grote en ne kleine, staan voor de deur. Ze hebben ne regenfrak aan. De grootste belt aan. Géraldine staat op en gaat door de gang naar voor. Nieuw behang. Aan de kapstok hoed, wandelstok en vest van Julien. Voor niets of niemand bang, ne vechter maar altijd elegant gekleed. Géraldine doet open: “Goeienavond, voor wat is ‘t?” MADAME NOWEE  Goeienavond voor wat is ‘t? BOSTE  “’t Is voor Julien” MADAME NOWEE  “En wie zal ‘k zeggen dat ’t is?” BOSTE  “Met Hendrickx. Is Julien niet thuis?” MADAME NOWEE  “Moment ‘k zal hem roepen. Julien ’t is voor u!” BOSTE Géraldine gaat terug naar de keuken MADAME NOWEE  “’t Zijn daar 2 kameraden voor u. Ik ken ze niet. Nen Hendrickx” BOSTE  Julien staat op PAUZE ROSITA  Allez vertel voort jong BOSTE  Wacht efkes, krijgt ’t altijd lastig hier. Lahaut. Dé Lahaut, den batteur, de lutteur, degene die aan den Ijzer heeft gezeten, die in Mauthausen heeft gezeten en ’t overleefd heeft, die heel zijn leven voor de werkmens gevochten heeft, altijd rechtdoor, den diene. Diene reus van ne mens, hij ging door de gang van zijn huis naar de voordeur ROSITA  Gij weet dat allemaal zo goed? Ge waart nog maar 3 jaar? BOSTE  Juist daarom. Daar in de Vlaanders op ’t zelfde moment, in de Kastanjestraat nummero 23, lig ik in mijn beddeke. Beneden zit mijn pa, 34 jaar, zijn gezondheid naar de knoppen, opgeëist geweest, naar Duitsland moeten gaan in den oorlog. Pépé, 56, aan den Ijzer gezeten 4 jaar, de geboorte van mijn pa niet meegemaakt van altijd maanden naar Frankrijk te moeten gaan. In ’t oudpeetjeshuis zit mijn pa zijn pépé, bijkans 80, oud en taai, seniel, niet meer goed bij ’t hoofd, maar van de foto weet hij ’t nog. De foto in de gazet: viergeslacht in de Kastanjestraat. En dat mama 10 gazetten heeft gekocht. Viergeslacht. Al van hun 14 jaar naar ’t fabriek mogen optrekken. Dat ging zo, iedereen ging. Julien ging ook van zijn 14 jaar, lijk ons allemaal. Den Ijzer lijk pépé. Naar Duitsland gegaan lijk papa. De reus Lahaut trekt de deur open en staat in het deurgat. “Hij bracht de zon mee bij iedereen. Hij had lijk de zon in zijne zak.” De grootste van die 2 kleine luizige smeerlappen trekt een Colt 45 uit zijn regenfrak zo één lijk van de Amerikanen en BAM hij schiet! Schiet nog nekeer! Schiet naar zijnen onderbuik! Julien valt voorover. De twee luizigaards, ze kunnen niet rap genoeg lopen, schieten ne vierde keer, ne vijfde keer, in dienen auto en weg. “Julien! Ochere Julien!” Ze valt op haar knieën en ze pakt hem vast.

Uit:
Arne Sierens : Boste (1992), p. 45-49


Vind dit boek in de bibliotheek Gent