terug naar index
Maurice Maeterlinck op de Drongense meersen

Het is nu ongeveer een twaalftal jaren geleden, dat ik voor het eerst met hem kennis maakte, en ik herinner mij nog precies waar en in welke omstandigheden dat gebeurde. Het was op ’t ijs, op de zogenaamde “Drongensche Meerschen”, wijd-uitgestrekte, gedrenkte weilanden, in de onmiddellijke buurt van Gent.

Wij kwamen daar elken middag, met ons acht of tien, allen kunstrijders. Wij maakten gecompliceerde figuren over ’t ijs, waarop telkens een dichte menigte nieuwsgierigen, in wijden kring om ons heen geschaard, stonden te kijken. Van meer dan een die daaraan meedeed ben ik nu den naam, en zelfs de physionomie vergeten. Ik herinner mij enkel, dat er twee of drie broeders bij waren, die Van der Mensbrugge heetten. Ik herinner mij een dikke Van der Mensbrugge, en ook een magere Van der Mensbrugge, en dan nog een derde, die ik amtijd Van der Mensbrugge noemde, en die een eigenaardig type leek, zeer verschillend van de twee andere. Een flink gebouwde gestalte, iets meer dan middelmatig van lengte, maar bizonder harmonieus van proporties, en een wat stroef gezicht, met licht-grijze oogen, wier blik van heel diep scheen te komen. Hij praatte weinig, en als er niet gereden werd stond hij meest alleen, een weinig apart van de anderen, vaag-starend om zich heen naar de bonte menschen-wemeling over de grijswitte ijsvlakte. En steeds had hij een dikke bonte muts op, die voor de kou over zijn ooren was getrokken.

Eens, op een middag, hadden wij een rijder te kort om een figuur uit te voeren. Daar kwam de man met de bonte muts aangereden. “All right!” riep ik, “daar komt Van der Mensbrugge!”
– Waar? Vroegen de anderen verwonderd.
– Dáár, …daar is hij.
Iemand lachte:
“Waarom noem jij hem Van der Mensbrugge?”
– Is dat zijn naam niet?” vroeg ik verbaasd.
– Wel nee, … ’t is Maurice Maeterlinck!


 

Uit:

Cyriel Buysse:Maurice Maeterlinck, in Den gulden winckel, jrg.1, nr. 7 (15 juli 1902), facsimilé in: Joris van Parys: De wereld van Cyriel Buysse (2009), p. 83



Vind dit boek in de bibliotheek Gent