terug naar index
Noordstraat
? Mouchette zeult met een zware wasmand. In de verte ziet ze die dwaze onnozelaar aankomen. … ? + Hela! * ? Mouchette is om te sterven. … ? Oh nee, daar hebt ge hem weer, de vuile aap. + Alles in order? Naar de wasserette aan ’t gaan? * Lijk ge ziet. + Is ’t geen school dan? ‘k Zag er daarstraks met een boekentas. * ‘k Heb geen les. Mijn lerares van turnen, haar man is verongelukt. ’t Is vanmiddag begrafenis. + Allez dat. * 32 jaar. ’t Zal veel volk zijn in de kerk. Heel mijn klas is er naartoe, maar ’t was niet verplicht. Zeg, ‘k heb nu niet veel tijd… + ‘k Moest ook al ergens zijn. Mijn horloge staat stil. ‘k Heb u gisteren zien  buitenkomen, aan de Noordstraat, uit die grote apotheker. * Ik? + ‘k Passeerde, ‘k zat op de bus en ‘k zei tegen mezelf: kijk, de dochter van Liliane. * Dat zal iemand anders geweest zijn. + Hoe? Ben ‘k nu zo mis? Ah maar ja, dat waart gij.
* ‘k Was thuis. + Zijt ge dat zeker? * Ah, ‘k gaat ’t toch wel weten zeker?! + ‘k Geloof u. Maar voor mij, dat waart gij. * Ah maar allez, ‘k ga daarvoor toch niet liegen? + Ge zou niet durven, zeker? ‘k Wil maar zeggen, dat van uw ma… * Wat? + Dat ze werkt bij Verlipax. * Ja jong, bij Verlipax. + Mijn oren, Coco. 5 minuten Verlipax. * Ah, ’t zal geen waar zijn?! + Verlipax bestaat niet meer. Op café, ‘k heb ’t gehoord: ze zijn failliet al een jaar. * Ga voort! + Ze heeft geen werk, dat is ‘t. * Ze heeft zij juist wel werk! + Ge jankt. Moet ge daarvoor nu janken omdat ‘k dat zeg? * Toe jong, laat mij gerust.
Uit:
Arne Sierens : Mouchette (1990), p. 11-12


Vind dit boek in de bibliotheek Gent