terug naar index
Aerme lien kermis

(1642) 

Antonius Triest (1577-1657) werd in 1616 aangesteld als bisschop van Brugge en in 1622 als bisschop van Gent. Hij was een vermogend man. Zijn riant buitengoed (“Belvédère”) was gelegen in de wijk van Ekkergem; het genoot grote bekendheid om zijn  prachtige hovingen, serres en oranjerieën.
Triest stond bekend als een gestreng kerkleider, maar ook als een sociaalvoelend en kunstminnend man. Hij schonk aanzienlijke legaten aan de Berg van Barmhartigheid, stichtte een weeshuis voor meisjes en zorgde geregeld voor brooduitdelingen aan behoeftigen, wat hem erg populair maakte bij de vele Gentse beroepsbedelaars en andere zielepoten. Zijn praalgraf bevindt zich in het hoogkoor van de Sint-Baafskathedraal; in Ekkergem herinnert een straatnaam thans nog steeds aan hem.  

In 1642, bij de viering van de vijfentwintigste verjaardag van zijn bisschopswijding, liet hij te Gent kledingstukken, brood, wijn, bier en geld uitdelen aan tweehonderd armen. De feestvreugde waartoe dit leidde in de Gentse straten, werd kleurrijk beschreven in het volkse (anonieme) gedicht Aerme lien kermis waarin een hele reeks deerniswekkende  straatberoemdheden uit die tijd de revue passeren: Corte Claeys, Lange Jooren, Schele Griet, Losse Tan enz... 

Wie even doordenkt op dit gedicht – het lijkt wel een Breugeliaans tafereel – leest er een verhaal in over de onderkant van de maatschappij, over dompelaars wier enige hoop erin bestaat, af en toe een aalmoes te krijgen. De moraal van het verhaal: wees de milde schenker dankbaar, bid voor hem opdat we nog eens wat zouden krijgen.   

[Frans Heymans]

Over A. Triest en Aerme lien kermis...: