terug naar index
Andelhof, Emiel

(Gent, 10.12.1872 - Gent, 11.03.1942)

Volksdichter en folklorist, beminnelijk autodidact, zeer actief in de Koninklijke Bond der Oost-Vlaamse Folkloristen Hij begon als behanger en werd later bediende als hoofdrekenkundige in de Luciferswerkhuizen te Gent. Zo’n 18 bijdragen in de Oost-Vlaamse Zanten, waaronder een uitgebreide studie over Gentse volks- en kinderspelen, bv. over de “Pietjesbak” in Dit is die excellente kronijke van de Brahmisten ofte van den Gentschen teerlingbak (1937). Hij werd vooral bekend door de boeiende en nog steeds zeer leesbare verzameling Galerij van Gentsche typen (1942). Als volks- en gelegenheidsdichter stond hij in de traditie van Karel Lodewijk Ledeganck, Jan van Rijswijck, Napoleon Destanberg, August Hendrickx en Lodewijk de Vriese. Gelegenheidsgedichten schreef deze aartsrederijker, schatbewaarder en vaandeldrager van de aloude Koninklijke en Soevereine Rederijkerskamer van de Fonteyne in twee reeksen Dichtproeven (1912 en 1919). Zijn ars poetica verwoordde hij in een fraai sonnet Men en ik, verschenen in de tweede reeks Dichtproeven; zijn dichtersmotto luidde nuchter : “De kunst wordt vaak beknibbeld door elkeen, doch kunstig wrocht, op honderd, nog niet één !”.

Verhuizen werd hem blijkbaar van jongs af aangeleerd en hij bleef het met regelmaat doen. Hij woonde op volgende adressen: geboren te Gent, in de Sint-Lievensstraat;
februari 1885: Gent, Zwijnaardsesteenweg; december 1885: naar Ledeberg, Hundelgemsesteenweg; november 1886: naar Sint Amandsberg, Hoogstraat; mei 1887: terug naar Ledeberg, Brusselsestraat; juli 1895: Ledeberg, Driesstraat; februari 1897: Ledeberg, Brusselsesteenweg; augustus 1900: naar Gentbrugge, Louis van Houttestraat; februari 1901: terug naar Ledeberg, Florastraat; mei 1904: terug naar Gent, Rooigemstraat; december 1904: Gent, Hospitaalstraat; december 1904: Gent, Hospitaalstraat; oktober 1938: Gent, Nieuwe Wandeling waar hij woonde tot aan zijn overlijden.

Galerij van Gentsche typen – 32 kleurrijke straatberoemdheden uit het 19de-eeuwse Gent worden hierin voorgesteld zoals Fliepe de Skamoteur, Zot Sofietje, Siesken de Gistmarchand, Bertje de Mestraper, Karelke Waeri, Moustache Ramon enz. Die bekende, extravagante types uit het Gentse volksleven (marchands, kunstenmakers, artiesten, zonderlingen, …) worden nauwgezet maar ook met veel liefde en humor geportretteerd. Er zijn zeer veel verwijzingen naar Gentse straten, pleinen en winkels. Zoals over Siesken de Gistmarchand, die op de openbare verkoop van de Gentse dierentuin in april 1904 voor de grap hoger bood dan een circusdirecteur voor de olifant Jacob. Siesken bleef met de olifant zitten en de dag voordien had hij al een beer gekocht ! Op 17 mei werd de olifant gewurgd – met een strop van stalen kabels ! – en geslacht. De eigenaar van hotel Gambrinus in de Vlaanderenstraat verzorgde voor vrienden en kennissen een gastmaal met deze exotische brokjes.
Zo leveren deze gevarieerde portretten een ludieke schets van het Gentse 19de-eeuwse volksleven met typen die zijn “heengegaan met al die schoone gebruiken uit vroeger dagen, die door het moderne leven voor goed zijn verdreven”.

[Koen Temmerman]

Over E. Andelhof: