terug naar index
Anseele, Edward

(Gent, 26.07.1856 – Gent, 18.02.1938)

Socialistisch voorman. Volksvertegenwoordiger (1894-1936); Gents schepen (1909-1913; 1922-1925; 1932-1933); waarnemend burgemeester tijdens de Eerste Wereldoorlog; Minister van Openbare Werken (1918-1921), van P.T.T. (1925-1927), van State (1930). Als medestichter van de Vlaamse Socialistische Arbeiderspartij (1877), van Vooruit (1880) en van de Belgische Werkliedenpartij (1885) was hij vóór 1914 de onbetwiste leider van de Vlaamse sociaal-democratie. Dat Gent werd beschouwd als een “rode burcht” was in niet geringe mate toe te schrijven aan het huwelijk van “vader Anseele” en “moeder Vooruit”. De coöperatie Vooruit groeide vrij snel uit tot een grote onderneming (bakkerij, confectie, kolen, dagblad, ... ). Meer dan één op vier Gentse gezinnen waren vaste klant. Anseele genoot niet alleen internationaal aanzien als “architect” van dit huwelijk en als geestelijke vader van de 1-mei gedachte, maar eveneens als auteur van het toen ophefmakende boek Voor ’t Volk geofferd.

Zijn hele leven lang koesterde Anseele ‘literaire’ plannen, maar zijn drukke (politieke) bestaan maakte dat zijn “productie” beperkt bleef tot drie romans: De Pest [1874?], Voor ’t volk geofferd (1881), De omwenteling van 1830, historische roman (1882). In 1885 verzorgde hij wel nog een Nederlandse vertaling van Emile Zola’s Germinal. Omtrent eersteling De Pest is zo goed als niets bekend. Hij schreef het werkje bij zijn terugkeer van een ontgoochelende zoektocht naar geluk in Engeland. Aangespoord door het enorme succes van Voor ’t volk geofferd schreef hij in 1882 De omwenteling van 1830, historische roman. Het boek evenaarde geenszins de voorganger. Hoewel het de historische en literaire belezenheid van Anseele etaleerde, was het toch vooral een traktaat waarin hij hamerde op gekende socialistische – antiklerikalisme, antiroyalisme en antiburgerij – spijkers. De verhaallijn was totaal ondergeschikt aan het politiek statement: de burgerij, de kerk en de koning misbruikten de revolutie van 1830 om de arbeiders nog steviger te onderdrukken en uit te buiten. De historische “les” die Anseele wilde brengen overwoekerde integraal de personages.

In Voor ’t volk geofferd uit 1881 was de politieke boodschap evenzeer alomtegenwoordig, maar op geen enkel ogenblik werd daarbij het verhaal veronachtzaamd. Typerend voorbeeldje was het uitwerken van een zeemzoeterig liefdesverhaaltje omtrent de onmogelijke romance tussen Emiel Moyson en de rijke fabriekseigenaars dochter Elsie Verbeest, die uiteindelijk ziek van liefde sterft. Centraal thema was het levensverhaal van de toen in Gentse socialistische arbeidersmiddens nog razend populaire Emiel Moyson (1838-1868), waarbij Anseele tal van episodes uit de algemene geschiedenis van de Gentse arbeidersbeweging verwerkte. Gent vormt het decor voor het hele boek, dat als historische bron – lees niet als geschiedenisboek – nog steeds hoogst lezenswaardig is. Niet alleen geeft het aan hoezeer de jonge socialistische beweging belangstelling had voor haar recente geschiedenis, maar het bevat vooral mooie beschrijvingen van bepaalde volkswijken en vooral volksgebruiken.

Anseele schreef Voor ’t volk geofferd als feuilleton voor het socialistische blad De Toekomst, omdat de beweging geen opvolger vond voor De Verborgenheden des Volks van Eugène Sue. De tijdsdruk was enorm, waardoor bepaalde afleveringen zelfs aan de zetkast werden geschreven. Zoals het werk van Sue een groot verspreidingskanaal was voor utopisch socialistische ideeën, zo wilde Anseele ook expliciet literatuur benutten als één van de kanalen om zijn “socialistisch evangelie” te verspreiden: zonder organisatie kunnen de arbeiders nooit uit de greep van het kapitalisme raken. Meteen had hij zijn steentje bijgedragen om te verhelpen aan een aantal zaken die hem ergerden. Zo waren er in Vlaanderen te weinig “volksromans” met aandacht voor “de verdrukte maar moedig strijdende vlaamsche werkersfamiliën”. Notoire uitzondering volgens Anseele was Het gezin van Paemel van Cyriel Buysse, maar uitgerekend Buysse droeg in zijn andere werken bij tot de haast klassieke beeldvorming van de socialistische arbeidersbeweging als een zootje ongeregeld anarchistisch gespuis.

Zo geeft de kracht en impact van de schertsnaam “biefstuksocialist” indirect aan hoe sterk die (literaire) beeldvorming werkte. De “biefstuksocialist” kwam uit Cyriel Buysses roman ’n Leeuw van Vlaanderen, waar het duidelijk naar Anseele gemodelleerde socialistische personage met dienst Jan Kappuyns  tijdens een meeting riep dat de werkman voor alles “beafstukken” wilde. Dit krachtige beeld van enkel in de materiële aspecten van sociale emancipatie geïnteresseerde socialisten als Anseele, ging nochtans voorbij aan hun aanhoudende culturele inspanningen zoals geconcretiseerd in volksbibliotheken en kunstkringen en gesymboliseerd door opschriften als “Kennis is macht”, “Leeren vereert” en “Kunst veredelt” die de volkshuizen sierden.  

Hoe dan ook, Voor ’t volk geofferd strookte met de visie van Anseele dat goede literatuur diende te handelen over de “ruïne van het diep menselijk verval der werkende klasse onder den harteloozen druk van het kapitalisme”. Het boek kende een groot succes. Behoudens vier drukken in het Nederlands, werd het ook vertaald in het Frans, Duits, Engels, Spaans, Italiaans en Fins. Heeft het werk als roman de lezer vandaag nog iets te bieden? Hubert Lampo vond het alvast een schande “dat dit boek alleen als een curiosum wordt beschouwd, als de jeugdzonde van een groot man”. Sommigen vermoeden zelfs dat het werk Louis Paul Boon – die anno 1957 de vierde druk bewerkte – inspireerde om zijn sociaal-historische romans te schrijven. Als personage inspireerde Anseele alvast heel wat literatoren. Het meest recente voorbeeld is het toneelstuk Vader Anseele van Freek Neirynck (1986), die er in 1987 de letterkundige prijs van de stad Gent voor kreeg.

[Hendrik Defoort]

Over E. Anseele: