terug naar index
Antheunis, Jules

(Gent, 11 of 17. 09.1858 - Mechelen, 05.11.1918) 

Tekstschrijver van zgn. lokale revues die werden opgevoerd in het “Nieuwe Circus”. Enkele van die revues waren Gent = Jubilé (1905, met A. Cornelis), Pst! en valt er niet mêe (1906), Hoe hedd’het op dan? (1907), Es’t niet dan naarste? (1908, met Franse teksten van Fernand Servais) en Zijde nie wel dan? (1909, met Fernand Servais). 

Volledige biografische gegevens over hem werden niet gevonden. Wél dat hij in mei 1881 verhuisde van de Keizer Karelstraat naar de Kasteellaan. Amper twee jaar later (in januari 1883) nam hij zijn intrek in de Rabotstraat. Vanaf oktober 1897 verbleef hij aan de Kortrijksesteenweg en vanaf oktober 1901 in de Korte Dagsteeg. In april 1906 verhuisde hij naar de Lammerstraat en vier jaar later (mei 1910) naar de Kanunnikstraaat.  Het jaar daarna (februari 1911) trok hij naar Mechelen waar hij zou overlijden.
Blijkbaar was hij een man van veel stielen. De Gentse bevolkingsdienst noteerde achtereenvolgens: “commis brasseur”, koopman, werkloos, handelsvertegenwoordiger, herbergier en (handels?)reiziger. In Mechelen bleek hij gekend als “bestuurder cinema”. 

De teksten van zijn revues waren volks, zoals het publiek dat de revues bijwoonde. Amusement brengen – en niet literatuur schrijven – was de boodschap. Het waren liederen en gedichten in het Nederlands, het Gents en het Frans, sommige zelfs met Nederlands én Frans door elkaar, zoals in het lied Hij vaagt er aan (in  Pst!..., p. 9):  

Ik ben de grootste man van te Belgique
C’est moi qui fais la pluie et le beau temps
‘K ben heel bedreven in te politique
S’lon les besoins je tourne comme le vent.  

Elke revue was een mengeling van zang (met orkest) en voorgedragen teksten. Het waren smartlappen, pikanterieën, satires op Gentse toestanden en gebeurtenissen, op de politieke actualiteit, de burgemeester – toen Emile Braun –, de kasseileggers, de “moeskesmakers”, de steevaste vertragingen bij de spoorwegen, de meiden van plezier .... Maar in elke revue zaten ook wel ernstiger noten en leverde hij kritiek op sociale wantoestanden. Zo bepleitte hij in het lied Helpt u zelve, zo helpt u God (in Gent = Jubilé) een pensioen voor dompelaars; in Bloedwet (in Pst...) hekelde hij het onrecht dat rijkeluiszonen hun legerplicht konden afkopen, en in ’t Kulderke (in Hoe hedd’ het dan?) klaagde hij aan dat de in een gesticht verblijvende wezen niet met hun naam maar met een nummer werden genoemd en dat zij op straat werden gestigmatiseerd door hun uniform. 

[Frans Heymans]