terug naar index
Artmann, Hans Carl

(Breitensee/Wenen, 12.06.1921 - Wenen, 05.12.2000) 

Invloedrijke Oostenrijkse avantgarde-dichter en taalkunstenaar, medestichter en spilfiguur van de in 1953 opgerichte Wiener Gruppe.
Opleiding tot schoenmaker, studeerde als autodidact allerlei exotische talen en schreef detectives onder pseudoniem Ib Hansen. Vanaf 1949 was hij bedrijvig bij het tijdschrift neue wege. Hij woonde ook vier jaar in Zweden, reisde vanaf 1954 langdurig door het Europese continent en oefende in Berlijn grote literaire invloed uit.
Door klanken, neologismen en montagetechnieken centraal te stellen, weigerde hij zich te confirmeren aan de mainstream literatuur. Opvallend waren de macabere gedichten in Weens dialect (med ana schwoazzn dintn, 1958) en zijn vertaling van natuurwetenschapper Carl von Linné, die hij aanvulde met een gestiliseerd dagboek, Das suchen nach den gestrigen tag (1964). Zijn bekendste werken zijn ein lilienweisser brief aus lincolnshire (poëzie) en die fahrt zur insel nantukket (theater). Zijn verzameld proza Grammatik der Rosen verscheen in 1979. Artmanns “maskeradewerk” varieert van schelmenroman en wildwestverhaal tot pastorale lyriek en ironische fabel. Artmann kreeg o.a. de Oostenrijkse Staatsprijs (1974), de Preis für Literatur der Stadt Wien (1977) en de Georg Büchnerpreis (1997). 

H.C. Artmann en Gent 

In 1954-1955 reisde hij door Nederland en België. Een avondlijke indruk van de stad Gent heeft hij op elliptische wijze vormgegeven in het gedicht “gent:” (sic); het werd opgenomen in de bundel Gedichte von der wollust des dichtens in worte gefasst (1989). Een winderige herfstavond, bloeiende asters, rokerige cafés en orgelmuziek bepalen zijn indruk van wat hij “flanderns wigwam” noemt. In de elliptische vormgeving klinken, naast melancholische verzuchtingen, ook echo’s door van dialect en van andere poëzie (o.a. van Gottfried Benns morbide gedicht Kleine Aster). 

[Jean-Paul den Haerynck]

Over H.C. Artmann: