terug naar index
Baertsoen, Marc

(Gent, 17.07.1860 - Gent, 19.02.1934) 

Gentse advocaat, liberale politicus en journalist, auteur van een oorlogsdagboek.
In 1882 werd hij doctor in de rechten en assistent aan de Gentse universiteit. Als journalist schreef hij voor het Gents liberaal blad La Flandre libérale en als politicus was hij vanaf 1890 achtereenvolgens Gents gemeenteraadslid en schepen. Hij werd ook voorzitter van de Gentsche Maatschappij der Werkerswoningen, een initiatief van de stad en enkele weldadigheidsinstellingen. Hij schreef er in 1913 de geschiedenis van en werkte die bij in 1929, 25 jaar na de stichting.
Baertsoen woonde van bij zijn geboorte in de Gentse Regnessestraat. In 1863 verhuisde het gezin naar de Savaanstraat. Na zijn huwelijk, in 1893, verhuisde hij naar de Oudescheldestraat en kort daarna naar de Keizer Karelstraat. In 1895 keerde hij terug naar het ouderlijke huis in de Savaanstraat, in 1901 naar Lange Meire en in 1909 naar de Albertlaan (die later Koningin Astridlaan werd genoemd). 

Als politicus, jurist en journalist (en dus bevoorrechte getuige) volgde Baertsoen de Eerste Wereldoorlog op de voet, zowel wat gebeurde aan het front als in de stad Gent. Hij hield er een dagboek op na dat in 1929 werd gepubliceerd als Notes d’un Gantois sur la guerre de 1914-1918. Geheel in de stijl van die tijd schreef hij bijzonder patriottisch.
In het eerste deel van de Notes behandelt hij de ontwikkelingen van de oorlog in België, vermoedelijk op basis van zijn dagboekaantekeningen. In het tweede deel lezen we zijn dagboekaantekeningen. Daarin komt ook het dagelijks leven in Gent tijdens de oorlog aan bod, onder meer het probleem om aan niet-gecensureerde dagbladen te geraken, om naar Brussel te reizen, de voedselbedeling en de hulp die de bourgeoisie daarbij verleende, de vernederlandsing van de universiteit...
In Baertsoens huis in de Savaanstraat hadden meerdere Duitse officieren hun intrek genomen. Hij weigerde te vluchten. “est que l’amour du sol natal comprend l’amour du clocher et l’amour du chez soi, de ce coin de terre où l’on veut vivre et mourir, coin de terre que la plupart des hommes ne se résignent à abandonner qu’à la tout dernière extrémité.” (p. 62) 

[Frederic Eelbode]

Over M. Baertsoen: