terug naar index
Baete, Marcella 

(Gent, 11.12.1939 - )

Vlaamse onderwijzeres en schrijfster. Als volkskind uit een Gents arbeidersgezin kende ze een turbulent leven met twee gestrande huwelijken, zes kinderen (waaronder een mentaal gehandicapt adoptiekind), alcoholverslaving, verblijven in psychiatrische instellingen, een zwaar auto-ongeval, naderhand ook een zwerfbestaan en een zelfmoordpoging.

Baete publiceerde eerst gedichten in het damesblad Het Rijk der Vrouw en “Mijmeringen” in Onze Tijd. Ze debuteerde met de levensroman Ze zeggen dat ik gek ben (1992), in een directe, authentieke stijl en onconventioneel taalgebruik. Ze werd de “vrouwelijke [Louis Paul] Boon” genoemd (NRC Literair) en de Nederlander Ischa Meijer verwees naar haar als “de Vlaamse Bukowski”.
Daarna verschenen nog een tiental boeken, waaronder Jeannetje van Diependaele (1992), over incest, en Het leven kan wreed schoon zijn (1997), waarin een jonge vrouw zich wil ontworstelen aan het arbeidersmilieu. Al die persoonlijke levensgeschiedenissen scheerden in de literaire kritiek geen hoge toppen, maar bewogen duizenden lezers; een tijd lang werd haar huis een alternatief Tele-onthaal.

Haar latere romans zijn nog sterker autobiografisch: De bondgenoot (2000) gaat over lijden aan het chronisch vermoeidheidssyndroom, Ik ga dood aan jou (2004) over het verongelukken van haar echtgenoot en Ha, ge zijt daar (2003), over haar aan alzheimer lijdende vader.
Baete publiceerde ook jeugdromans, onder meer Het donker ligt één duim voor je (1992), waarin een meisje eerst de echtscheiding van haar ouders en later de dood van haar vader moet verwerken.

M. Baete en Gent 

Ze werd geboren in de Gentse Bloemekenswijk (Poperingestraat) in een arbeidersgezin en liep school in de Stedelijke Normaalschool voor Onderwijzeressen in de Wispelbergstraat. Ze werkte vanaf 1959 in een twintigtal Gentse scholen, waaronder het Atheneum Gentbrugge. In haar rusteloze leven verhuisde ze wel zestig keer. Ze woonde onder meer in de Mimosastraat, aan de Hundelgemse Steenweg, in de Sluizekenstraat, in een “woonkazerne” van de volkswijk Heirnis (Scheldeoord) en in Sint-Amandsberg.
Ze schreef zich op latere leeftijd in bij de Gentse Schrijversacademie  – toen nog De Toverdoos geheten, in de Lange Violettestraat  – en werd vrije studente aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Gentse universiteit.

Haar roman Kasterbant (1994) is een familiegeschiedenis, gesitueerd net voor en tijdens de Duitse bezetting, die zich afspeelt in Gent. Het boek werd bekroond met de Ary Sleeksprijs (voor proza) van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal - en Letterkunde. Een passage uit die roman werd in 1996 bij de publicatie in Het Nieuwsblad door de toenmalige redactie (onder hoofdredacteur Pol Van Den Driessche) gecensureerd, omdat een seksueel expliciet uittreksel gevoelig lag vanwege de toen actuele, pas bekend geworden zaak Dutroux. Baete spande hiertegen een rechtszaak aan en kreeg in 2001 moreel eerherstel en een financiële schadevergoeding.
Talrijke verwijzingen naar Gentse locaties zijn door het Kasterbant-verhaal geweven, zoals de school bij de broeders Augustijnen (nabij de middeleeuwse centrumwijk Patershol), de Recolettenlei, de “hondenmarkt “ (Oude Beestenmarkt) en de sluizen en sassen bij de Dampoort. Voor andere locaties werden clichébenamingen niet geschuwd, zoals de stad van “de drie torens”. Kasterbant is overigens ook de benaming voor een Gentse straat, tussen de Eendrachstraat en de Heernislaan.

Voor Gentse lezers is de onnadrukkelijk aanwezige Gentse achtergrond ook in haar latere romans dikwijls herkenbaar, bijvoorbeeld in Ha, ge zijt daar(2003).

[Carlo van Bellegem & Frans Heymans]

Over M. Baete