terug naar index
BARROW, JOHN (jr.)

(Londen, Groot-Brittannië, 28.06.1808 - Kingham/Chipping Norton, Oxfordshire, 09.12.1898)

Britse dominee en schrijver, zoon van sir John Barrow ‘Bart’. Hij publiceerde in 1831 zijn reisjournaal A family tour through South Holland: up the Rhine, and across the Netherlands, to Ostend, waarin hij ook Gent uitgebreid beschreef.

John Barrow was de zoon van de Britse staatsman sir John Barrow (1764-1848) die in 1799 huwde met Anna Maria Truter, een Zuid-Afrikaanse botanische kunstenares. John (jr.) werd in bio- en bibliografieën vaak verward met een gelijknamige 17de eeuwse predikant, een 18de eeuwse wiskundige, én met zijn eigen vader die de Britse koninklijke eretitel ‘1st Baronet’ (‘Bart’) mocht dragen, nadat hij zich voor de Britse kroon verdienstelijk maakte in China, op Kaap De Goede Hoop en als ondersecretaris van de Britse admiraliteit (1804-1845). Vader Barrow stond ook bekend als schrijver over Britse poolreizigers, wetenschappelijke bijdragen in o.m. de Encyclopaedia Britannica en als oprichter van de Royal Geographical Society.

John Barrow (jr.) werd vanaf 1824 klerk, later hoofdarchivaris bij de Britse admiraliteit (1844). Zijn broer George diende in de Royal Navy, zijn oudste zus Johanna Maria huwde met luitenant-kolonel Robert Batty, die John in 1828 vergezelde op zijn reis naar de Nederlanden en Duitsland (zie onder). 
Hij richtte in 1851 de Arctische Raad op, om zoekacties naar de vermiste poolreiziger John Franklin (1786-1847) te coördineren, en – na zijn opruststelling – in 1857 de Alpine Club, waarna hij ook over zijn ervaringen als bergbeklimmer publiceerde. Hij was luitenant-kolonel bij het vrijwilligerskorps de Paddington Rifles.
Onder invloed van zijn vader gefascineerd door reizen en andere culturen, introduceerde John Barrow (jr.) het “zo objectief mogelijk verslag” in reisjournaals en biografieën. Zelf schreef hij o.m. over excursies in Noord-Europa en IJsland, expedities in de Hudsonbaai, over de vermaarde ontdekkingsreiziger James Cook (1728-1779) en publiceerde hij enkele biografieën over Britse admiraals. In 1855-1857 verscheen zijn reisverslag Summer tours in central Europe, 1853-1854. De London Quaterly Review loofde zijn opmerkingsgave en schrijfstijl. Zijn dagboeken werden opgenomen in de Bodleian Library van Oxford University, zijn correspondentie in de British Library (Franklin Relief Expeditions) en in Cambridge University (Scott Polar Research Institute).

John Barrow (jr.) en Gent

In 1831 verscheen anoniem het reisverslag A family tour through South Holland: up the Rhine, and across the Netherlands, to Ostend; de auteur ervan werd later geïdentificeerd als de jonge John Barrow. Een exemplaar van de Londense derde druk uit 1839 berust in de Universiteitsbibliotheek Gent. 
Barrow vertrok als jonge dominee op 6 augustus 1828 in Deptford, Groot-Brittannië, op een zeiljacht, voor een tocht over het continent. Hij was in het gezelschap van een oudere Londense familie van vijf personen met een mannelijke bediende. De reisroute was volgens zijn latere uitgever John Murray vooraf duidelijk uitgetekend: door de zuidelijke provincies van de Nederlanden, de Rijn afvaren tot Milaan, een bezoek brengen aan Frankfurt en terugkeren via Keulen, Luik, Waterloo [na 1815 een hotspot voor Britse reizigers!], Brussel en Oostende. 
De reis duurde exact achtentwintig dagen, met vrij comfortabele vervoermiddelen (“géén diligences”), zoals trekschuiten en rivierstoomboten. De groep was ook niet al te kieskeurig inzake hotels – ze logeerden waar ze op dat moment belandden – en dineerde geregeld bij particulieren of in ‘tables-d’hôte’. Na afloop bleek het gezelschap uitermate opgezet met de opgedane reisindrukken, hun goede gezondheid en de beperkte kosten. Murray kon dit verslag – “met tien originele etsen en een uitvouwbare kaart” – aanbevelen als een modelreis door een “buitengewoon en interessant land (…) met prachtige kerkinterieurs en een opvallend goed gecultiveerde agrarische industrie”. Hij beklemtoonde ook de authenticiteit van de notities en tekeningen die ter plaatse waren gemaakt.

Hoofdstuk tien van A family tour through South Holland… gaat over België. Barrow kwam vanuit Aken via Luik, Hoei, Namen en Brussel terug naar Oostende, nadat hij op de heenreis de Westerschelde was opgevaren (hoofdstuk 1) en reeds Antwerpen, Mechelen en Leuven bezocht had. Tussen Vlissingen en Antwerpen had hij veel aandacht voor de Nederlandse waterbeheersing met dijken en sluizen en haalde hij het plan van Napoleon Bonaparte (1769-1821) aan om in het vlotter bereikbare Terneuzen een dok uit te graven voor de toen in Antwerpen gestationeerde verdedigingsvloot van zestig schepen (ed. 1839, p. 14). Maar nog belangrijker vond Barrow het toen recent gegraven kanaal Gent-Terneuzen: “This water communication is of the greatest importance, (…) by opening a direct intercourse between Antwerp and other principal towns of Belgium” (p. 9). Verderop stak hij nog uitgebreid de loftrompet over andere realisaties van de Nederlandse koning Willem I en zijn ondersteuning van de Belgische economie en het onderwijs. 
Op de terugreis arriveerde John Barrow op 29 augustus 1828 vanuit Aalst per koets in Gent. Volgens het verslag verbleef hij hier slechts twee, hooguit drie dagen, waardoor een uitgebreide bezichtiging er soms bij inschoot. Toch is zijn beschrijving van de Gentse monumenten en kunstschatten allesbehalve summier en vergeleek hij die geregeld met de hem bekende Engelse steden en musea. Het Franse regime dat tot 1815 het openbaar leven in België had beheerst, is een belangrijk aandachtspunt in zijn reisverslag; hij beklemtoonde hoe duidelijk de gevolgen daarvan anderhalf decennium later nog zichtbaar waren.

Aan de Gentse universiteit en de kunstacademie en hun collecties wijdde hij een volledige pagina, met de opmerking dat ze – in vergelijking met Engeland – bijzonder vlot toegankelijk waren. De universitaire aula aan de Voldersstraat en de bibliotheekcollectie met “vijftig-zestigduizend banden” imponeerden hem: “The building is magnificent; the façade, with its eight Corinthian columns, and noble pediment intended to be decorated with allegorical sculpture, in bas-relief, does credit to the architect.” (p. 268-269)
In zijn omvangrijke beschrijving van de Sint-Baafskathedraal detailleerde hij de decoratie, de marmeren bouwkunst, de crypte, de preekstoel, noemde de belangrijkste werken bij naam en schilder. Maar hij bleek duidelijk niét onder de indruk van het Lam Gods, noch van de schilder Van Eyck, die hij – in navolging van de Britse kunstenaar Sir Joshua Reynolds (1723-1792) [zie aldaar] – ook expliciet niét de uitvinder wilde noemen van de olieverfkunst. Minder gelukkig was hij ook met de zangkunst van de Gentse begijntjes.

De trapgevels van de Gentse binnenstad, de gaslantaarns, de botanische tuin van de universiteit en de bescheiden levensduurte bevielen hem bijzonder. Ook het alomtegenwoordige landbouwarsenaal in de Gentse regio, de tegenstelling tussen katholieke en protestantse tradities en de aanwezigheid van Engelse families in Gent bleken in zijn verslag vermeldenswaard. Zijn uitgebreide toelichting over de “trekschuyt” of barge, waarmee het gezelschap Gent verliet, richting Brugge en Oostende, bevestigde het uitzonderlijke comfort ervan voor de toenmalige reiziger.

John Barrow voegde in 1831, net voor publicatie, nog een uitgebreide nota aan zijn reisverslag toe: “On that part of the foregoing sheets which relates to Belgium”. Daaruit blijkt zijn ontgoocheling na de opstand die leidde tot de Belgische onafhankelijkheid, die vernielingen, faillissementen, economische stagnatie en groeiende armoede veroorzaakte: “The anarchy of a few months only has been enough to dry up the sources, and to wither all the branches of that prosperity” (ed.1839, p. 289). Ook de teleurgang van de Gentse textielindustrie en de ‘braindrain’ door het vertrek van de Nederlanders raakten hem diep. Hij waarschuwde dat de nieuwe koning der Belgen het – als protestant – niet onder de markt zou hebben met zijn onderdanen, gezien de toegevingen aan de katholieken zelfs de voortreffelijke vorst Willem I niet hadden gered.

Barrows reisjournaal A family tour… verscheen met tien gravures (“de eerste proeven in staal”), op basis van getrouwe tekeningen ter plaatse gemaakt door luitenant-kolonel [Robert] Batty (1789-1848, schoonbroer van Barrow). Eén ervan (tussen pp. 268-269) toont de Gentse Sint-Niklaaskerk, met de westelijke toegang aan de Korenmarkt; de huizen met trapgevels naast de kerk en volk bij de kraampjes op het plein verlevendigen het uitzicht.

[Jean-Paul den Haerynck]

Over John Barrow (jr.)