terug naar index
BASSE, MAURITS

(Ledeberg, 05.09.1868 - Gent, 18.02.1944)

Gentse filosoof-filoloog en verhalenschrijver, vooral bekend van letterkundige studies. 
Hij volgde secundair onderwijs aan het Koninklijk Atheneum te Gent en hogere studies aan de Gentse Universiteit. In oktober 1891 werd hij doctor in de Germaanse filologie. Nadien werkte hij op meerdere plaatsen, werd leraar aan het Gentse atheneum (1903-1928), maar belandde in 1923 ook definitief aan de Rijksuniversiteit Gent waar hij tot 1938 doceerde. 

Basse was geen veelschrijver, wat niet belette dat hij toch artikels publiceerde over Duitse, Vlaamse en Engelse literatuur (o.m. over Shakespeare, lord Byron, Multatuli). Van zijn hand zijn ook De jeugd van Anna Byns (1904) en Virginie Loveling (1923).
Hij was vaste medewerker van Het Volksbelang en van De Vlaamse gids. Eén van zijn belangrijkste studies ging over Het aandeel der vrouw in de Nederlandsche letterkunde (2 dl., 1920-1921). Die werd uitgegeven bij de Gentse uitgeverij Hoste, in de reeks van het Willemsfonds, waarvan Basse in Gent enige tijd ondervoorzitter was.

Hij wordt vooral nog gememoreerd om zijn pionierswerk De Vlaamsche Beweging van 1905 tot 1930 (2 dl., 1930-1933, bij uitgever Van Rysselberghe en Rombaut, Gent). Hij was ook medesamensteller van een huldealbum (1927) voor de Vlaamse taalkundige Jozef Vercoullie en met Henri Pirenne van een Histoire politique du Moyen-Age (1886).

In Flandria’s novellen-reeks bij de Gentse uitgever Plantyn verscheen in 1906 Pet, pijp en schaats, zijn enige verhalende werk.

[Frans Heymans]

Over Maurits Basse