terug naar index
Bate, Lies

(Gent, 12.01.1955 - ) 

Auteur van jeugdverhalen en -romans. Zij is geboren in Gent en heeft er steeds gewoond, een kort verblijf (rond 1958) in Mariakerke niet te na gesproken en met uitzondering van een jaar in de Verenigde Staten en van 4 jaar studies aan de Protestantse Theologische Faculteit Brussel. Eind jaren ‘70 hield ze een jongerencafé open in de Gentse Molenaarsstraat. Sinds 1980 werkt zij in de Stedelijke Openbare Bibliotheek van Gent, waar ze dagelijks met jeugdboeken omgaat. 

Ze debuteerde in 1998 bij de Vlaamse filmpjes met het fantasieverhaal Altijd Geentijd. Haar tweede titel in de reeks was De verborgen kooi (1999). Na  haar romandebuut De bende van Wezel (1999) schreef ze o.m. nog de jeugdromans 7/11 (2000), Nachtzwemmers (2003) en Marja (2005) en Nestvallers (2008).

L. Bate en Gent 

Behalve Marja spelen al haar jeugdromans zich af tegen de achtergrond van een niet bij naam genoemde maar wel herkenbare stad Gent. 

In De bende van Wezel moet Andreas van zijn vader tegen wil en dank een wiskundewonder worden. Weer eens beland in een andere school (vrij geïnspireerd op het atheneum van Mariakerke) maakt hij kennis met een vreemd en intrigerend groepje probleemjongeren, de bende van Wezel, die verbeten oefent voor een straattheateract op de (Gentse) Feesten. 

7/11 beschrijft het leven van jongeren in een dorp, rond het jongerencafé 7/11. Bate liet zich hiervoor inspireren door de ervaringen in haar eigen jongerencafé. Met de komst van Bruno, een jongen uit de stad, steekt tegelijk de drugsproblematiek de kop op, een thema dat ook in haar volgende roman opduikt.  

Nachtzwemmers is een aangrijpend verhaal over eenzaamheid en vriendschap. Het inmiddels adolescente meisje Sam (uit De verborgen kooi) wordt geconfronteerd met familiale problemen als haar moeder in een psychiatrische instelling wordt opgenomen. Ondanks haar vrienden raakt zij op de dool en gaat zij van school naar school. Als haar moeder weer met haar wil samenwonen, spat haar droom om in een zelf ingericht huisje te wonen, uiteen. Zij geraakt aan de drugs. Talrijke Gentse locaties zijn herkenbaar, o.m. de Kolegemstraat (de “Fabrieksstraat”), de Grensstraat in Wondelgem, “het atheneum in het groen” (het atheneum van Mariakerke), een “alternatieve school” (De Wingerd), het park achter de “stadsbibliotheek” (verzamelplaats van skaters, breakdancers en dealers). 

Met de (jongeren)roman Nestvallers geeft Bate een stem aan de Gentse weeskinderen, de “kulders” (jongens met “kolder” of oppervest als uniform) en de “blauwe meisjes” (naar de kleur van hun uniform) uit de jaren 1930. Journalist Aksel blikt terug op zijn harde jeugdjaren in het jongensweeshuis aan de Martelaarslaan. Uit de brieven van Emma, zus van een kulder, blijkt dan weer de situatie in het meisjesweeshuis in de Rodelijvekensstraat. De schrijfster vond inspiratie voor deze roman in de boeken en de verhalen van leden van de Vereniging van Gentse Oud-Wezen

[Myriam Verreycken]

Over L. Bate: