terug naar index
Bautken, Lieven

(???, 15de eeuw - ???, vóór 1564 ; ook wel Lieven Bog(h)aert genoemd) 

Er is zeer weinig bio- of bibliografische informatie over deze auteur gekend. Slechts één ballade van hem is bewaard gebleven; Marcus van Vaernewijck nam ze op in zijn Die warachtighe historie van (...) Keyser (...) Carolus de vijfste uit 1561 en in de lichtjes van titel verschillende Die warachtighe gheschiedenisse (...) van keyser van Roomen Carolus de vijfste... uit 1564. In laatstgenoemde edititie meldt Van Vaernewijck dat het dichtstuk “... rhetorijkelick” [= in de trant van de rederijkers] is “ghestelt door wylent heer Lieven Bautken / Capellaen / ende facteur [= factor, dichter-secretaris] van den Barbaristen [= de rederijkerskamer Sinte Barbara] binnen der stede van Ghendt”.  

Wat Bautkens levensdata betreft, vermelden de meeste hedendaagse bronnen enkel dat hij “in de 16de eeuw leefde”. Niettemin was hij in 1500 al lid van de Gentse rederijkerskamer Sinte-Barbara en schreef hij zijn ballade in dat jaar (zie Anne-Laure van Bruane). Hij moet dus in de 15de eeuw geboren zijn. Ook wat zijn overlijdensdatum betreft is er geen zekerheid. Vermits Van Vaernewijck hem echter in 1564 “wylent” noemde kunnen we aannemen dat hij in of vóór 1564 overleed (mogelijk zelfs vóór 1561).

De ballade

In 21 strofen vertelt Bautken uitbundig over de feestelijkheden bij de geboorte van de latere Karel V, in Gent ten jare 1500.
Louter literair beschouwd is deze ballade typisch rederijkerskunst, geen grootse maar eerder gekunstelde poëzie o.m. door het inlassen van stoplappen onder dwang van het rijm én een zgn “sententie” (een spreuk) met een moralistische boodschap als laatste versregel van elke strofe.
Historisch gezien levert ze echter een merkwaardige beschrijving van een al even merkwaardige gebeurtenis uit de geschiedenis van de stad Gent.
Voor de Bourgondiërs was deze samenkomst niet “zo maar” een uiting van familiale solidariteit. Met hun voor het volk openlijk geëtaleerde aanwezigheid, wilden zij blijkbaar de sympathie voor, én de verbondenheid van hun (Gentse) onderdanen met het Bourgondische huis bevorderen.
Ook de stad (die de feestelijkheden organiseerde) had zo haar bedoelingen. Zij greep deze gelegenheid aan om haar trouw aan de jonge prins en aan de Bourgondiërs te tonen. Maar tegelijk benadrukte zij haar verzuchting dat de stedelijke privileges voortaan zouden gerespecteerd worden én dat zij niet langer de speelbal wilde zijn van allerlei dynastieke twisten en oorlogen (zie hierover Samuel Mareel en Herman Pleij).
De rederijkerskamer Sint Barbara (één der vier door de stad betoelaagde kamers) én haar factor deden hun best om de bedoelingen van de stad mee uit te dragen.  

Mogelijk werd Bautkens ballade kort na (zoniet nog tijdens) de plechtigheden gedrukt en verspreid. Die editie ging verloren. Vermoedelijk werd er later, voor de hoger gemelde editie van Van Vaernewijck, enige wijziging of “actualisering” in aangebracht. Zo wordt de boreling in Van Vaernewijcks editie meermaals “keyser” genoemd. Karel kreeg in 1500 wél de titel van hertog van Luxemburg mee, maar pas later, in 1519, werd hij keizer van Duitsland gekroond.
Andere inmiddels ook gewijzigde omstandigheden bleven daarentegen onveranderd behouden bij Van Vaernewijck, bv. Filips de Schone wordt in de ballade nog “hertog” genoemd niettegenstaande hij reeds in 1504 koning van Castilië werd. Evenzeer werd bij Van Vaernewijck de naam “Sint-Janskerk” behouden terwijl die kerk in 1540 was omgedoopt tot “Sint-Baafs” . 

Dat Bautkens verhaal waarheidsgetrouw is, mogen we afleiden uit de vergelijking met een tekst van de Franse dichter-chroniqueur Jean Molinet (1435-1507), die de feesten ook bijwoonde als officiële geschiedschrijver van het huis van Bourgondië. Molinets relaas is opgenomen in zijn Chroniques (zie editie van J-A. Buchon, tome 5, 1828, hoofdstuk 305, p. 122-126).
Leggen we de teksten van de twee auteurs naast elkaar,
dan vallen meteen gelijkenissen op maar ook (detail)verschillen. Molinets relaas (in proza) is zakelijk en neutraal; Bautken hanteert gul de loftrompet maar zijn ballade is ook politiek kritische geladen.  

Literair Gent neemt de integrale originele ballade én de hedendaags-Nederlandse tekst daarvan op in de rubriek “Fragmenten (twee afzonderlijke “fragmenten”).
In 2010 publiceerde Literair Gent bovendien een bibliofiele editie van de ballade, onder de titel Triumphe van die gheboorte van Keyse Carolus, met de gescande originele tekst (editie Van Vaernewijck, 1564) en een hertaling in hedendaags Nederlands door Werner Waterschoot). Deze editie verscheen in beperkte oplage en kwam niet in de handel.

[Frans Heymans]

Over L. Bautken: