terug naar index
Bekaert, Georges

(Gent, 03.11.1893 - Gent, 18.12.1978)

Frans- en Nederlandsschrijvende auteur van proza, poëzie, en toneelwerk, ook toondichter.
Als kind volgde hij tekenles in de Gentse Stedelijke Academie. Vanaf 1911 tot 1915 studeerde hij voor onderwijzer middelbaar onderwijs aan de Gentse Rijksnormaalschool. Hij verbleef er op internaat en studeerde samen met o.a. Achilles Mussche, Maurice Roelants, Raymond Herreman en Gaston Crommen. Zij vormden er een studiegroep die tijdens en na de studie jarenlang geregeld samenkwam voor culturele activiteiten. Met Achilles Mussche onderhield hij een intense vriendschap.
In 1931 werd hij leraar aan het Stedelijk Handelsinstituut te Gent, instelling waarvan hij van 1939 tot aan zijn pensioen (1957) directeur was.

In zijn jongere jaren publiceerde hij in het Zondagsblad, bijlage van dagblad Vooruit. Nadat hij met pensioen ging, publiceerde hij vier dichtbundels : de triptiek Le Mystère divin (1963), Aubes nouvelles (1966), La Cité humaine (1969) en Bloemen in de herfst (1974). In de reeks Leievaart van de Vereniging van Katholieke Oostvlaamse Schrijvers (de bundel van 1975), werd zijn gedicht In memoriam Achilles Mussche opgenomen.

Zijn werk gaf blijk van zijn gelovige en melancholische aard. De natuur, het schrijven zelf, de vriendschap en de liefde brachten hem dichter bij het eeuwige, het mystieke. De werkelijkheid was voor hem vaak een schakel met het religieuze, hij zag er eenheid met God in. Menselijke contacten, de vriendschap, zijn geloof, Frankrijk, Gent en de Leiestreek waren inspiratiebronnen voor zijn poëzie.

G. Bekaert en Gent

Vanaf zijn geboorte woonde hij aan de Elyzeese Velden (“In de stad Eeclo”). In 1915 verhuisde hij naar de Quai du Nord en in 1926 naar de Guislainstraat (thans Jozef Guislainstraat) waar hij woonde tot aan zijn overlijden.

Gent en de Leiestreek waren zelden het centrale onderwerp van zijn Franstalige poëzie. Een uitzondering daarop is het gedicht Guetteurs in de bundel La Cité Humaine. Hierin heeft hij het ondubbelzinnig over Gent : “scrutez depuis ma tour de Gand”.

Gent en de Leiestreek inspireerden wél zijn religieus getint Franstalig werk. Via de Gentse werkelijkheid kwam hij in contact met het religieuze. Het gedicht Me Reposant in de bundel Aubes nouvelles laat zien hoe de kerkelijke gebouwen in zijn stad hem als het ware voeling geven met het goddelijke: “Me reposant au pied de ma chapelle / Dominant les remous de la cité, / Je vois les pointes des vieilles tourelles / Percer la brume de l’éternité.”

De ondertoon van zijn Nederlandstalige bundel Bloemen in de herfst is minder religieus en meer sentimenteel. In zes van de gedichten daarvan komen Gent en de Leiestreek nadrukkelijker in beeld. We sommen ze op: in De Leie en in Leie en Leieland beschrijft hij de herinnering aan jeugdwandelingen, van Drongen tot Deurle, én de schoonheid van de Leiestreek vóór de verstedelijking; Hemelvaart 1924 is een terugblik op de eerste wandeling met zijn verloofde, van Wondelgem via Meuelestede tot aan het Kanaal naar Langerbrugge; het gedicht Achilles Mussche beschrijft een wandeling langs de Leie naar hun favoriete plek in een bos te Latem; Vaarwel, mijn ouderlijke woning is een lang klaaglied over zijn gevoelens bij het afbreken van het ouderlijk huis; en Gent, volschone stede verwoordt zijn liefde voor het historische en hedendaagse Gent én zijn genegenheid voor allen die zich inzetten voor de stad.

[Bart Rondas]

Over G. Bekaert: