terug naar index
Berkenman, Paul

(Gent, 13.05.1926 - Gent, 17.08.2002, pseudoniem van Roger Camiel Marie Thienpont)

Gents dichter, toneelschrijver, essayist, vertaler en cineast.
Hij werd geboren in de Korianderstraat. In mei 1927 verhuisden zijn ouders naar de Ottogracht. In augustus van hetzelfde jaar kozen zij voor de Scheldestraat in Sint-Amandsberg. In maart 1929 keerden zij terug naar Gent, eerst naar de Tarbotstraat, in februari 1931 verhuisden zij naar de Brusselsestraat (thans Brusselsepoortstraat), in maart 1935 naar de Twaalfkamerenstraat, in maart 1937 naar de Papegaaistraat en in april 1941 naar de Coupure. In oktober 1951, enkele jaren na zijn huwelijk, nam Berkenman zijn intrek in Gentbrugge, eerst woonde hij er in de Kluisstraat en later in de Bernheimlaan. In november 1964 keerde hij definitief naar Gent terug en woonde hij eerst aan de Coupure, vanaf oktober 1980 in de Jan Frans Willemsstraat en tenslotte, vanaf oktober 1990, in de Holstraat. 

Na zijn middelbare studies aan de handelsafdeling van de Nijverheidsschool in Gent werd hij in 1946 opsteller bij de Nationale Bank van België. In 1965 kwam hij in dienst van het Nederlands Toneel Gent (NTG), eerst als secretaris, in 1967 als chef administratie en in 1973 als verantwoordelijke voor de public relations. In 1979 werd hij dramaturg bij Theater Arena en in 1985 werkte hij bij de musicalafdeling van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Vanaf 1986 was hij freelance dramaturg en vertaler.

De dichter

Berkenman debuteerde in 1945 als dichter in het Gentse poëzietijdschrift Klaverdrie. Van 1945 tot 1950 was hij redacteur van het tijdschrift Arsenaal. Zijn eerste dichtbundel, Hors d’oeuvre, verscheen in 1947. Voor zijn volgende bundel, Orfeus achterna (1949), werd hem in 1950 de Letterkundige Prijs van de Stad Gent toegekend. In de jaren ’50 publiceerde hij nog drie bundels: Opgang (1951), Blues (1953) en 7 chansons (1955). Daarna duurde het tot 1992 voor hij een nieuwe bundel publiceerde: Een kinkhoorn gelijk, een verzameling haiku’s en senriu’s.

De toneelschrijver

Vanaf het begin van de jaren ‘50 schreef Berkenman tal van theaterteksten, waarvan er heel wat werden opgevoerd, o.m. door Arca (Papavers in de poppenkast, 1957; Bloemen op beton, 1960; Het lied van de andere mensen, 1968), door het NTG (de musical Bie in-bie in, geschreven in samenwerking met Romain Deconinck, 1971; de eenakter De wals van kwart na middernacht, 1972), door Teater Taptoe (Tijl, een vuist in het hart, 1979; Lène Maréchal, de revue van een proeverigge,1983; Karel en Elegast, 1987; alle drie geschreven in samenwerking met Freek Neirynck) en door het Gents Amusement Teater (Lucien en Martine, 1979; En nu aan ’t werk, 1982). In 1967 werd hij met zijn stuk 50.000.000 laureaat van de door de provincie Oost-Vlaanderen uitgereikte Paul de Montprijs voor toneel. Lucien en Martine werd in 1981 verfilmd door de BRT in een regie van Dré Poppe. Voor het Gents Amusement Teater (GAT) schreef Berkenman ook tal van liedjesteksten en voor het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, in samenwerking met Frank van Laecke, het libretto voor de musical Sacco en Vanzetti (1996).

Vertaler, essayist en cineast

Berkenman was ook actief als vertaler: naast stukken van o.m. Bertolt Brecht, Pedro Calderón de la Barca, Molière en Neil Simon vertaalde hij musicals als Cabaret, Chicago, Jesus Christ Superstar, Grease en Evita.

In de reeks Oostvlaamse literaire monografieën, uitgegeven door het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen, verscheen in 1980 een bijdrage van zijn hand over de Gentse dichter Maurits de Doncker (1903-1966). 

Samen met Raymond Cogen realiseerde hij aan het einde van de jaren ’50 en in de eerste helft van de jaren ’60 bovendien een vijftal – thans vergeten – speelfilms.

In 1990 werd hem voor zijn oeuvre als dichter en toneelauteur en voor de belangrijke rol die hij speelde in de promotie van het theater de Frans Roggenprijs toegekend.

[Dirk de Wulf]

Over P. Berkenman: