terug naar index
Blijstra, Reinder

(Harlingen, 29.08.1901 - Amsterdam, 10.08.1975) 

Nederlandse journalist en auteur van romans, novellen, reisverslagen, dagboeknotities, boekrecensies en studies over architectuur.
Hij werkte mee aan verschillende tijdschriften, o.m. aan het Vlaamse avant-gardistische De driehoek (1925-1926), (met Paul van Ostaijen en Gaston Burssens) aan Avontuur (1928), aan Forum (1932-1935) en aan Critisch bulletin (periode 1945-1957). Hij vertaalde werk van o.m. Heinrich Mann maar ook wetenschappelijke teksten.
Zijn verhaalstijl was sober, zakelijk en koel en wellicht daardoor brak hij nooit echt door bij het grote publiek, ondanks het feit dat zijn vaak psychologische novellen (zoals Gericht tot zelfbehoud, 1941 en Hoogtevrees, 1954) veelal spannend zijn en een verrassende ontknoping hebben.
Voor zijn novellen kreeg hij in 1953 de prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet en voor zijn gehele oeuvre werd hem in 1959 de Marianne Philips-prijs toegekend. 
Zijn meest gekende reisboeken zijn Europa, mijn vaderland (1953) en Reiziger in Hellas (1955). Ze getuigen van een brede eruditie, een levendige cultuurhistorische belangstelling en een persoonlijke betrokkenheid.
In Europa, mijn vaderland zijn een 60-tal opstellen opgenomen over Duitsland, Frankrijk, Engeland, Italië, Nederland en Vlaanderen. Na een drietal nog altijd merkwaardige bijdragen over de verhouding tussen de Nederlanders en de Vlamingen, volgt een bijdrage over Vlaamse steden met daarin een lyrische ode aan Gent, eindigend met de woorden “Gent is niet een vrouw, waarvan ik een karakteristiek kan geven, het is het meisje, waar ik verliefd op ben”. 

[Frans Heymans]

Over R. Blijstra: