terug naar index
Boon, Louis Paul

(Aalst, 15.03.1912 - Erembodegem, 10.05.1979)

Aalsters veelzijdig kunstenaar die niet alleen romans maar ook poëzie, hoorspelen, literaire kritieken, reportages en cursiefjes schreef en die heel zijn leven als plastisch kunstenaar werkte. Na zijn debuutroman De voorstad groeit (1942), bekroond met de Leo J. Krijnprijs, bereikte Boon een eerste hoogtepunt met Mijn kleine oorlog (1946), een aanklacht tegen de oorlog. Daarna volgde De Kapellekensbaan (1953), zijn pas later hooggewaardeerde en meest vertaalde roman. In 1966 kreeg hij de Nederlandse Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre. Hij publiceerde nog de historisch-documentaire roman Pieter Daens (1972), bekroond met o.m. de driejaarlijkse Staatsprijs voor verhalend proza voor de periode 1969-1971. In 1979 ontving hij de driejaarlijkse Staatsprijs ter bekroning van een schrijverscarrière. Sedert 1972 werd hij door talrijke literaire verenigingen voorgedragen voor de Nobelprijs literatuur. Het onderzoek van zijn werk wordt verzorgd en ondersteund door het Louis Paul Booncentrum aan de Universiteit Antwerpen en het Louis Paul Boon Genootschap in Aalst.

L.P. Boon en Gent: 

Boons eerste literaire optreden in Gent dateert uit 1947. In een bestuurszaaltje van de Volkskliniek Bond Moyson (Sint-Margrietstraat, omgeving Gravensteen) las hij toen, voor de leesclub Boekuil, de reportage Engeland met autostop voor. De tekst werd later gepubliceerd als Zwerftocht in Engeland in Boontje’s reservaat 2 (1955). In 1951 was hij een tweede maal te gast bij Boekuil (dan in de toenmalige Stadsbibliotheek aan de Ottogracht), samen met de jonge Hugo Claus en Jan Walravens. 

Ondertussen was hij geregeld medewerker van de socialistische krant Vooruit: op verzoek van hoofdredacteur Richard Minne leverde hij vanaf 25 november 1948 wekelijks zijn Boontje’s bittere bedenkingen in voor de rubriek Het Geestesleven. Die cursiefjes werden later opgenomen in De Kapellekensbaan (1953). Uiteindelijk trad Boon in 1954 als reportageschrijver in vaste dienst bij de krant (die in de Sint-Pietersnieuwstraat nr. 64 gevestigd was, thans nr. 128, waar Backstage Centrum huist). Vanaf november 1959 verschenen zijn befaamde Boontjes – dagelijkse cursiefjes – op bladzijde 2 van de krant. Ook nadat Boon in 1972 op 60-jarige leeftijd vervroegd met pensioen ging, bleef hij zijn “columns” insturen, tot januari 1979. 

Kwam Gent slechts sporadisch voor in de Boontjes, dan gebeurde dat veel nadrukkelijker in zijn romans. Een van de oudste Gentse sites, de “Blandinusberg” of Sint-Pietersabdij, was een belangrijke locatie in de Reinaertverhalen van De Kapellekensbaan (1953). Daarna confronteerde Boon de lezer in Zomer te Ter-Muren (1956) met “grauwe bloemenstraten” in een “vreemde stad”. Boon zinspeelde hier bladzijdenlang op de Brugse Poort (omgeving Fonteineplein), waar zijn ouders in 1950 de wasserij ’t Kaboutertje (of De Kabouter) in de Acaciastraat uitbaatten. Dichtbij hadden zij ook een huis in de Kastanjestraat. Jeanneke Boon vemeldde in haar Memoires (1990) dat haar man daar enkele maanden de boekhouding deed.
In de historische bandietenroman De bende van Jan de Lichte (1957) waren de bendeleden de wanhoop nabij door de dood aan de galg in Aalst van hun leider Jan de Lichte. Boon liet evenwel de hoop weer oplaaien voor de armoedige bende in De zoon van Jan de Lichte (1961), hoofdzakelijk gesitueerd in Gent en omgeving. Ondanks de maaltijdbedelingen aan de Sint-Pietersabdij en de werkgelegenheid in een Gentse textielfabriek, eindigde ook dit verhaal dramatisch. Boons voorliefde voor de revolutionaire beweging van arme, verdrukte mensen in Gent en Vlaanderen kwam later nog sterk tot uiting in de postuum uitgegeven historische roman Het Geuzenboek (1979).  

Maar Boon genoot niet alleen bekendheid als schrijver en journalist. Op televisie, in de jaren zestig, ontpopte hij zich als bekende Vlaming “avant la lettre” in de quiz “’t Is maar een woord” van Gentenaar Paul van de Velde. Voor de Gewestelijke Omroep Gent (destijds in de Sint-Margrietstraat nr. 26) hield hij op de radio met zijn lijzige, volkse stem zijn wekelijks praatje Het zoutvat. Vooral door zijn televisieoptredens en de reeds eerder vermelde dagelijkse Boontjes werd hij ook populair bij de jongeren. Zijn ontmoetingen met de  “nieuwe jeugd”, onder meer in Gent, vonden hun neerslag in Het nieuwe onkruid (1964). De roman werd later herschreven en gepubliceerd onder de titel Als het onkruid bloeit (1972).

Op 9 mei 1969 nam hij, getooid met een Dalí-snor en in het gezelschap van een bevallige muze, in de Gentse kunstgalerie Trio van Pierre Beeckman (Kortrijksesteenweg nr. 223) ironisch afscheid van de literatuur. Door zijn toetreden in 1973 tot de redactie van het Gentse kunstenaarstijdschrift HAM (Honest Arts Movement) profileerde hij zich nadien nog meer als beeldend kunstenaar. In 1974 werd er door de redactie een Louis Paul Boonprijs ingesteld. Voor redactielid en schrijver Roger Serras, zijn Gentse vriend, schreef  hij Stilte, hier werkt een dichter! . HAM nam in 1979 waardig afscheid van Boontje door onmiddellijk na zijn dood een Boonherdenkingsnummer uit te brengen.

Belangrijkste “Gentse” literaire werken van Boon:

Voor ’t volk geofferd / door Edward Anseele; in de bewerking van Boontje (1957) – Boon prijst in zijn inleiding van Voor ’t volk geofferd (1ste uitgave vanaf eind 1881 in wekelijkse afleveringen in het Gentse socialistische weekblad De Toekomst) de oorspronkelijke schrijver van de volksroman. Hij bewondert het revolutionaire aspect van het werk: de beschrijving van de opstand, de plundering van de hongerigen en de wraakmaatregelen van de politie. Boons bewerking geeft meer vaart aan het soms langdradige verhaal van Anseele. Het typografische onderscheid tussen enerzijds het apocriefe verhaal over Emiel Moyson en anderzijds het gedeelte over het ontstaan van het socialisme in de 19de eeuw in Gent in cursief, bevordert de leesbaarheid. Talrijke lyrisch-sentimentele ontboezemingen, fragmenten waarin Anseele zich rechtstreeks richtte tot zijn lezers en zelfs gedichten van Moyson, zijn in Boons versie geschrapt. De dialogen zijn ingekort. Zo heeft Boon een scherper en eenvoudiger beeld aan de oorspronkelijke roman gegeven.       

Het Geuzenboek (1979) – Boons pamfletachtige kroniek omspant alle beroemde wereldlijke en religieuze historische figuren en gebeurtenissen van bijna heel de 16de eeuw: van de geboorte van Keizer Karel V tot de verovering van Antwerpen door Farnese in 1585. Deze roman is een Breugeliaans fresco vol gruwelijke details. Tegenover de soms spottende beschrijving van de Spaanse machthebbers plaatst hij het verzet van de Geuzen, een verzameling van opstandige, arme lieden, het “grauw” dat zich vastklampt aan de nieuwe leer van de reformatie. Boon vestigt alle hoop op het “koppige Gent”, de hoofdstad van Vlaanderen. Onder leiding van Imbieze (Jan van Hembyze), de militair Rijhove (François de la Kethule, heer van Ryhove) en de predikant Pieter Dathenus (Datheen), wordt daar vanaf 1577 enige jaren de droom van een Calvinistische volksrepubliek verwezenlijkt. Door de dubbelzinnige houding van de Zwijger (Willem van Oranje), die niet radicaal wil kiezen tegen het katholieke Spanje en voor het revolutionaire Gent, door de overmacht van Farnese en door de terechtstelling van Imbieze, gaat Gent ten onder. “En zoals het in de stad Gent toeging, zo ging het ook overal elders in het Vlaamse land”.

[Joël Neyt] 

Over L.P. Boon: 

  • Geert-Jan van Bork: Over De Kapellekensbaan en Zomer te Ter-Muren van Louis Paul Boon (1977)
  • Herwig Leus en Julien Weverbergh: Louis Paul Boonboek (1981)
  • Frans Vyncke: Boon, Louis Paul, in: Nationaal biografisch woordenboek (1981) dl. 9, p. 79-88
  • Frans-Jos Verdoodt: Het zoutvat van Boontje Boon : L.P. Boon en de omroep (1985)
  • Jeanneke Boon: Memoires (1990)
  • Kris Humbeeck en Bart Vanegeren: Louis Paul Boon 1912-1979 : een schilder ontspoord (1993)
  • Kris Humbeeck en Bart Vanegeren: Voorwoord, in: Louis Paul Boon : Het literatuur- en kunstkritische werk. IV: Vooruit (1997), dl. 1, p. v-ccviii 
  • Kris Humbeeck: Onder de giftige rook van Chipka (1999)
  • Paul de Wispelaere: Onder voorbehoud (2003)
  • Internet: http://www.lpbooncentrum.be/ en http://www.lpboon.net/