terug naar index
Brusselmans, Herman

(Hamme, 9.10.1957 - )  

Vlaams auteur van (nu reeds) meer dan zeventig boeken: romans, columns, verhalen, strips, toneel en gedichten. Zijn overwegend (semi-)autobiografisch oeuvre, met veel humor, scheldproza, herhalingen, dialogen en oneliners, werd door de critici geprezen of verguisd.
De voornaamste thema’s in zijn werk zijn: de zinloosheid van het leven, angst en eenzaamheid, de lelijkheid en de domheid van de mensen – én zijn verweer hiertegen: drankgebruik, geweld maar ook liefde en erotiek, zijn schrijverschap, popmuziek, (voetbal)sport en volkse verhalen uit zijn jeugd.   

Zijn debuutroman Prachtige ogen (1984) werd bekroond met de Yangprijs 1984. Met De man die werk vond (1985) brak hij door in Vlaanderen en Nederland. Samen met vriend en schrijver Tom Lanoye was hij betrokken bij de zogenaamde mediatisering van de literatuur. Vanaf 1991 werd hij bekend bij het grote publiek door zijn rubriek “Klare Taal” in het toenmalige BRTN-praatprogramma “Het huis van wantrouwen” en later beroemd onder meer als jurylid van de televisiequiz "De slimste mens ter wereld."

Ten gevolge van een klacht van modeontwerpster Ann Demeulemeester, wegens schending van haar “goede naam en eer” in zijn roman Uitgeverij Guggenheimer (1999), moest hij na een spraakmakende censuurkwestie en een rechtszaak, een geldboete betalen. Het boek werd tot januari 2001 uit de handel genomen (en dat alles droeg beslist bij tot de bekendheid ervan).

Andere bekende werken en typerende werken zijn: Het mooie kotsende meisje (1992), Vrouwen met een IQ (1995), Logica voor idioten (1997), de verhalenbundel Het einde van de mensen in 1967 (1999), Pitface : een parabel (2001), De droogte (2003), Muggepuut (2007) en De biografie van John Muts (2011). In 2007 kwam ook de popmuziekfilm Ex drummer uit, in een regie van Koen Mortier, naar Brusselmans’ gelijknamige boek uit 1994.   

H. Brusselmans en Gent 

Van 1975 tot 1980 studeerde hij Germaanse filologie aan de Gentse universiteit. Zijn scriptie handelde over de Gentse auteur Jan Emiel Daele.  

Van 1986 tot 1991 woonde hij in een appartement in de Sint-Kwintensberg (in de buurt van de Blandijnberg) en dan enige tijd in de Leeuwstraat. Ten slotte verhuisde hij naar het Patershol waar hij eerst in de Kraanlei verbleef (officieel vanaf 1998) en vanaf 2000, dichtbij, in Oudburg ging wonen.   

Brusselmans, die populair is in het Gentse culturele landschap, werkte samen met verschillende andere Gentenaars. Striptekenaar en politiek cartoonist Erik Meynen (bekend als het personage De Meeuw in vele Brusselmansromans) maakte met hem de milieustrip Een bos op zoek naar bomen (1988). Auteur-illustratrice Gerda Dendooven verzorgde de illustraties voor zijn jeugdgedichtenbundel Meisjes hebben grotere borsten dan jongens (1997).
Bavo Dhooge voerde Brusselmans als personage op in zijn komische misdaadroman Star (2005). Theaterplatform Scala Gent (Dendermondsesteenweg) speelde teksten van hem, onder meer in 2006 De Canadese muur (1989).
Hij werd gevierd in het Kunstencentrum Vooruit (Sint-Pietersnieuwstraat), in 2007, voor vijfentwintig jaar schrijverschap en zijn vijftigste verjaardag, en in 2017, voor zijn zestigste verjaardag, respectievelijk tijdens de literaire evenementen “Zogezegd in Gent” en "Saint-Amour" van Behoud de Begeerte.   

Gent in Brusselmans’ werk  

Zijn studentenjaren in de omgeving van de Blandijnberg verwerkte hij in Prachtige ogen (1984), een eerste belangrijk “Gents” literair werk. Hierin rekent zijn alter ego, de student Julius Cramp, af met professor Rix (alias Willem Schrickx, professor Engelse letterkunde), die zijn ondergang tegemoet gaat in het café De Poort (vroegere naam: Ter Poorte; nu: Cuba Libre, in de Overpoortstraat).   

Cafés bleven ideale ankerplekken in Brusselmans’ oeuvre. Zo figureerde het rock-café Paganini (oorspronkelijke naam: Caruso, in de Sint-Pietersnieuwstraat) in zijn “Ex”-romans, Ex-schrijver (1991) en Ex-minnaar (1993); het café was ook in zijn latere romans een belangrijk referentiepunt.   

Gent als sportstad kreeg uitstraling in het voetbalverhaal Het team der wezen en in het wielergedicht Luik-Bastenaken-Luik (beide opgenomen in de bundel Bloemen op mijn graf, 1998). Over de door hemzelf gecoachte minivoetbalclub The Woody’s en over andere Gentse sportactiviteiten schreef Brusselmans regelmatig in zijn columns in Het Laatste Nieuws.  

Meerdere straten, deelgemeenten en fictieve “Gentse” plaatsen figureerden als decor in zijn romans. Maar de meest vertrouwde locaties in zijn literatuur waren zijn huizen en woonomgevingen. Vooral de buurt van het Patershol kwam uitgebreid in beeld in de romancyclus Iedereen is uniek behalve ik, bestaande uit Vergeef mij de liefde (1999), De kus in de nacht (2002) en Ik ben rijk en beroemd en ik heb nekpijn (2004). Deze trilogie kan daarom beschouwd worden als een tweede belangrijk “Gents” literair werk. Hierin vertolkt hij zelf de hoofdrol als beroemd schrijverspersonage, samen met zijn vrouw Phoebe (echte naam van Brusselmans’ vrouw: Tania) en zijn hond Woody. Ook na het einde van het huwelijk met Tania, de dood van Woody en nieuwe relaties met vrouwen, bleef Brusselmans trouw aan zijn Gentse woonomgeving in autobiografische liefdesromans zoals Watervrees tijdens een verdrinking (2012), Poppy en Eddie en Manon (2015) en Hij schreef te weinig boeken (2017).   

In de korte humoristische roman Een dag in Gent (2008) belichtte Brusselmans verder het Patershol (en wijde omgeving) en zwaaide hij lof toe aan zijn eigen straat Oudburg en de Vrijdagmarkt met het standbeeld van Jacob van Artevelde. 
Met Zeik (2014), de eerste van een reeks parodiërende misdaadromans, introduceerde hij een Gentse brigade die moorden oplost in de jaren zestig van de twintigste eeuw. In De fouten (2017), een satire op een biografie over hem, is er een spannend slot waarin een boekvoorstelling van de Gentse schrijver Christophe Vekeman in de Sint-Baafsabdij in beeld kwam.

Brusselmans’ boeken bevatten eveneens een eigenzinnige kroniek van de Gentse actualiteit. Regelmatig moesten allerlei prominenten en culturele monumenten het op een ludieke manier ontgelden in zijn werk. Dat gebeurde o.m. met oud-burgemeester Frank Beke in Guggenheimer wast witter (1996) en met het Lam Gods in De terugkeer van Bonanza (1995). Even ludiek beschreef hij betogende stadsarbeiders in Autobiografie van iemand anders (1996). 
Ook de Gentse Feesten, onder meer in zijn Humo-columns (waarvan er 250 werden gebundeld, onder de titel Heilige schrik (2004)) en in Mogelijke memoires (2013), zijn opgenomen in Brusselmans' literair universum.   

[Joël Neyt]

Over H. Brusselmans: