terug naar index
Buyl, Bertien

(Ledeberg 10.08.1927 - Gent, 23.09.2013, pseudoniem voor Guylaine Albertine Sylvine Buyl)

Prozaïst, dichter, boetseerder, beeldhouwer. Haar debuutnovelle, Glanzend was mijn haarwrong, verscheen in 1956. Voor De trage dans (1965, novelle) kreeg zij in 1962 de prozaprijs van de stad Ronse en de Heideland-romanprijs voor Noord en Zuid (1964). Handen lijk katten (novelle), werd gepubliceerd in 1968.
Voor de dichtbundel Klokhuisruimte: gedichten van 1958-1968 (1969) kreeg zij de poëzieprijs van Ronse. In 1990 volgde de bundel Als bomen weer bomen zijn : gedichten 1969-1989. Nadien wijdde zij zich lange tijd aan het boetseren. Vanaf 2001 begon zij opnieuw te schrijven.
Bertien Buyl publiceerde in talrijke tijdschriften, o.m. in Nieuw Vlaams tijdschrift, Pan, Handen (waarvan ze enkele jaren redactielid was), Dietsche Warande & Belfort, Yang, Snoeck, Poëziekrant enz. Zij was, sedert de oprichting, lid van de Literaire Tafel Gent (in 1981 gesticht door Line Lambert, echtgenote van Jef de Belder, dichter en uitgever van Colibrant).
Het werk van Bertien getuigt van een sterke sensitiviteit. Weemoed om vergankelijkheid, naast berusting en het zoeken naar de essentie van en in het leven zijn aanwezig in haar proza en haar poëzie. Vaak ligt de nadruk op de problematiek van de vrouw. Jan Veulemans schreef in 1970 over haar werk: “Het is haast een pleidooi voor de poëzie, een terugkeer naar subtiele, oereenvoudige en toch langzaam te benaderen lyriek, zoals iemand ze schrijft, die als dichter geboren werd en niet per se afstemt op de mode van het moment.”
 
B. Buyl en Gent

Zij werd geboren in de Moriaanstraat te Ledeberg en ging naar de lagere school in het Sint-Agnes Instituut, Kortrijksepoortstraat te Gent. Nadien volgde zij de Oude Humaniora aan het Lyceum. Na haar middelbare studies volgde zij gedurende twee jaar lessen tekenen, boetseren en sierkunst aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten. In oktober 1946 verhuisde zij naar de Bijlokevest. In januari 1949 vestigde zij zich in de Vlaamse Ardennen (korte tijd in Melden, vervolgens in Kwaremont). Nadien zou zij nog enkele jaren (1970-1974) met haar kinderen in Gent verblijven, aan de Kortrijksesteenweg.
Alhoewel geen enkel van haar werken zich expliciet afspeelt in Gent, had zij voor de setting van haar novelle Handen lijk katten, het centrum van de stad voor ogen, wel bepaald de omgeving van de Lindelei. Deze novelle is een relaas over een onwezenlijke, nachtelijke ontmoeting van enkele Ensorachtige personages in de stad.

[Helena de Vetter]

Over B. Buyl: