terug naar index
Cleppe, Jan

(Gent, 13.03.1865 - Sint-Joost-ten-Node, 09.02.1937)

Handelsvertegenwoordiger en handelaar, auteur van een grappenboek in het Gentse dialect en van toneelstukken.
Hij studeerde voor onderwijzer maar oefende het beroep niet uit. Tijdens zijn Gentse periode (zie verder) werkte hij als bureelbediende. In 1899 werd hij handelsvertegenwoordiger. In zijn Brusselse periode was hij beroepshalve werkzaam als handelaar. In zijn vrije uren was hij letterkundige.
Als auteur publiceerde hij toneelstukken die vaak werden opgevoerd zowel in Brussel als in het Vlaamse land. Twee van zijn stukken werden gepubliceerd: het liefdesverhaal Elza : lyrisch drama in 3 bedrijven en 7 tafereelen (1907) en het liefdesverhaal Zelfopoffering :  toneelstuk  in een bedrijf (1911) dat zich afspeelt in een Vlaamse boerenfamilie. Zijn voorkeur  voor het toneel uitte hij ook door te zetelen als jurylid in toneelwedstrijden. Als vertegenwoordiger van meerdere toneelverenigingen nam hij deel aan allerlei congressen.
In de jaren 1927 en 1928 werden 27 korte humoristische “verhalinkjes” van hem opgenomen in het Zondagsblad, bijlage van dagblad Vooruit. Ook de Groote Snoeck’s almanak nam geregeld korte verhalen van hem op. Langere verhalen werden af en toe opgenomen in het weekblad De Zweep.
Liederen van hem zijn o.m. O meimaand! : voor gemengd koor = O Maizeit! :  für gemischten Chor (1930), op muziek gezet door de Gentse componist-dirigent Lieven Duvosel en Moet ik u, opgenomen in Het Vlaamse lied (1967).

J. Cleppe en Gent

Hij werd geboren in de Rabotstraat. In 1871 verhuisde het gezin naar de Luxemburgstraat. Na zijn huwelijk (1893) vestigde hij zich in de Zaadsteeg en later in de Hertstraat (1895), aan de Reep (1896) en in de Marnixstraat (1899). Van 1900 tot 1905 woonde hij in Brussel. In laatstgenoemd  keerde hij tijdelijk terug naar Gent en woonde er in de Eedverbondstraat. Twee jaar later (1907 verliet hij Gent definitief om zich in Anderlecht te vestigen. 
Zijn alvast in Gent nog meest gekende werk is Gênsche proât : anecdoten in de Gentsche volkstaal (1933), een verzameling van 75 grappen. In het voorwoord daarbij omschreef professor Jozef Vercouillie hem – vooral door het gebruik van het Gentse dialect – als “de vertolker van de Gentenaar van de oude stempel, gehecht aan zijn staminee, zijn pijp en zijn pint”.  Gênsche proât werd dan ook vooral gewaardeerd door de minnaars van de Gentse leute en van de Gentse folklore.

[Daniël de Winter]

Over J. Cleppe: