terug naar index
Colette, Sidonie Gabrielle

(Saint-Sauveur-en-Puisaye, 28.01.1873 - Parijs, 03.08.1954)

Franse schrijfster van tientallen romans, toneelstukken, theaterkritieken, memoires en brieven; ook actrice, journaliste en mimekunstenares.
Haar artistieke veelzijdigheid was het resultaat van haar worsteling met de minderwaardige positie waarin vrouwen gevangen zaten,  o.m. in het huwelijk en op sexueel gebied. Deze veelzijdigheid ging hand in hand met haar libertijnse opvattingen, zo was ze driemaal getrouwd, had ze daarnaast losse relaties met mannen en vrouwen én was ze als actrice berucht om haar bewust aanstootgevende kledij op de scène.
Veel van haar (tientallen) romans zijn autobiografisch. Zo haar vroege Claudine-reeks, vanaf 1900 gepubliceerd door toedoen van haar eerste echtgenoot, de auteur (en bon-vivant) Jacques Henry Gauthier-Villar, die zijn pseudopniem “Willy” boven de Claudines plaatste. Vanaf 1916 (na de scheiding) publiceerde Colette onder haar eigen pseudoniem, “Colette” (zonder voornamen).
Een van haar bekendste romans is Chéri (1920, in 1925 bewerkt voor theater en in 2009verfilmd), over de relatie van een oudere vrouw met een veel jongere man. Daarmee brak zij door als schrijfster. Een andere nog steeds bekende roman is Gigi (1944, in 1953 bewerkt voor theater). Verscheidene van haar werken werden vertaald in het Nederlands.
Vanaf 1945 was zij lid van de Franse Académie Goncourt en van 1935 tot 1954 van de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique.

S. Colette en Gent 

De relatie van Colette met Gent was vooral gebaseerd op de herinneringen van haar moeder Adèle die in 1865 enige tijd in de Gentse Casinostraat (nu Wispelbergstraat) woonde. 

In november 1913 gaf zij, Colette, zelf een lezing in Gent. Van die gelegenheid maakte zij gebruik om, bij valavond, één uur lang de stad per taxi te verkennen. De rit had haar geleid naar het Rabot, het Gravensteen, de Leie en een verkoper van doodskisten in de Hoogpoort. Haar verslag van wat zij gezien had verscheen in het Franse dagblad Le Matin van 27 november, onder de titel A Gand, le marchand de cerceuils. Het was één aflevering van de reeks die zij van 1910 tot 1913 in Le Matin publiceerde onder de algemene reekstitel Contes des mille et un matins. Die Contes werden veel later, in 1970, nog eens gebundeld uitgegeven.  

Toen Chéri in 1925 werd opgevoerd in Brussel, stond zij dagblad Le Soir een interview toe (verschenen op 10 oktober) waarin zij haar band met Gent toelichtte. Daarin liet ze optekenen: “Je suis un peu de chez vous. C’est ici que sont les miens. Bruxelles, Anvers et Gand me sont familiers. J’ai des parents dans ces villes.” Wat dus niet helemaal klopte. 

[Isabelle Mestdagh]

Over S. Colette: