terug naar index
De Belder, Jozef L.

(Lier, 18.06.1912 - Deurle, 07.12.1981)

Dichter van elf bundels, auteur van één novelle, bloemlezer, essayist, vertaler, uitgever. Hij begon de oude humaniora in Lier en voltooide ze in Berchem-Antwerpen. Als student was hij lid van het Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond. In 1935-1936 studeerde hij kunstgeschiedenis en filosofie in het Duitse Marburg-an-der Lahn. Van 1936 tot 1944 was hij journalist bij De Courant en Het Volk, later medewerker (1945) van De Vlaamse Linie. In 1950 richtte hij de eenmansuitgeverij Colibrant op, die tot 1978 bestond.

Hij kreeg de Guido Gezelleprijs (periode 1947-1951) voor zijn bundel Ballade der onzekerheden (1949), de Arthur Merghelynckprijs (1973-1975) van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde voor Avondverzen (1974), de Prijs van de Scriptores Christiani voor zijn Verzamelde gedichten (1975), de Provinciale prijs van Oost-Vlaanderen (essay en monografie) voor A. Sully Prud’homme (1950) en de Koopalprijs voor Bij de uitverkorenen (1977).

J.L. de Belder wordt meestal gesitueerd bij ‘de dichters van de innerlijkheid’ omdat zijn stijl wordt gekenmerkt door een vage inhoud en etherische sfeer. In zijn romantisch-lyrische wereld, waarin gevoel en verbeelding een hoofdrol spelen, zijn eenzaamheid, verlangen naar het onvervulbare en het absolute, het aanvoelen van het mysterie achter de dingen en de nabijheid van de dood zijn belangrijkste motieven. De toonaard van zijn gedichten is overwegend weemoedig en vol stille melancholie.
Met een idealiserende visie op de dichter als ziener-profeet situeert J.L de Belder zich in een lange traditie die teruggaat op de Europese romantiek en vindt hij aansluiting bij de neoromantiek van een generatie die zijn jeugd heeft beïnvloed en waarvan de door hem zo vereerde Maurice Gilliams een belangrijke exponent is. Aan zijn romantisch-elitaire opvatting van het dichterschap beantwoordt een traditioneel-klassieke vormgeving.
Hij is begraven op het kerkhof van Deurle-aan-de-Leie. In 1983 werd de J.L de Belder-stichting (Sint-Martens-Latem) opgericht, om de herinnering aan zijn persoon en aan zijn werk levendig te houden.

J.L de Belder en Gent

De Belder werd geboren in Lier maar woonde op verschillende plaatsen, onder meer in enkele gemeenten in de Gentse regio: Gentbrugge, Sint-Martens-Latem, Drongen en Deurle (Sint-Martens-Latem).
Omwille van zijn journalistiek werk bij Het Volk verhuisde hij eind jaren dertig naar Gentbrugge, en wat later naar het kunstenaarsdorp Sint-Martens-Latem. Van 1941 tot 1943 doceerde hij literatuurgeschiedenis aan de Academie voor Schone Kunsten in Gent. In 1942 was hij secretaris van de Gentse De Vlag. In 1944 vluchtte hij omwille van die functie met zijn gezin naar Duitsland. Pas twintig jaar later, in 1964, keerde hij naar de Gentse regio terug om zich definitief te vestigen in Deurle-aan-de-Leie, het dorp dat hij oproept in zijn Avondverzen

De Belder was ook een cultuurdrager voor zijn dorp: hij verzorgde een reeks bibliofiele uitgaven onder de titel Cahiers van Deurle, met daarbij onder meer werk van Albert Servaes en Maurice Gilliams. Door zijn toedoen kwamen ook de Vlaamse Poëziedagen voor een tijd terug naar de Leiestreek.
Als vertaler van o.a. Rainer Maria Rilke, Friedrich Hölderlin, Oscar Wilde, A. Sully Prud’homme, Maurice Maeterlinck en Novalis bracht hij Bij de uitverkorenen (1977) uit, een verzameling “uit het oeuvre van geliefde dichters”. Daarin ook het gedicht van R.M. Rilke, over de Maria-processie in Gent. In de Colibrant-uitgaven verschenen 148 bundels van 68 verschillende dichters, waaronder de Gentenaars Daniël Billiet, Daan Boens, Bertien Buyl, Mark Dangin, Marcel de Backer en Jo Verbrugghen.

[Rudolf van de Perre]

Over J.L. de Belder: