terug naar index
De Block, Lut

(Hamme, 28.12.1952 - )

Vond als tienjarige haar vader dood op de keukenvloer, wat zowel een jeugdtrauma opleverde als een belangrijke inspiratiebron voor haar werk. Debuteerde met Vader (Yang Poëzieprijs 1984) in het spoor van de nieuw-realistische poëzie. In 1988 volgde Landziek, in 1993 de korte roman Huizen van gras. Haar dichterlijke stem ontwikkelde zich daarna tot een opmerkelijk vitalisme in Entre deux mers (1997, Poëzieprijs van de Provincie Oost-Vlaanderen), een bijzonder harde en zuivere bundel waarin de ik-persoon als dochter, minnares en moeder centraal staat.
Lut De Block woonde en werkte als freelance-journaliste en copywriter enkele jaren in Parijs en Luxemburg, studeerde later filosofie aan de Universiteit Gent en is lid van Honest Arts Movement. Afwezigheid en leegte worden in haar werk opgevangen door een intense verbondenheid met aarde en bloed. De man-vrouwrelatie is altijd ambivalent : zowel emanciperend als lijdend, zowel agressief als solidair. In 2002 verscheen De luwte van het late middaguur. Haar gedichten zijn vertaald in het Frans, het Engels en het Afrikaans; ze trad in 1995 op tijdens Poetry International in Rotterdam.

L. de Block en Gent

Gent komt in het werk van Lut de Block niet rechtstreeks ter sprake, tenzij in het gedicht “Een kus op de Kouter” dat in opdracht van HAM werd geschreven voor de Gentse Poëzieroute. Het staat op de hoek van de Kouter, kant Zonnestraat, manshoog als een massief roestbruin object van Laurent Desaever. Het is één van de zes gedichten in de Poëzieroute die symbool staan voor de schending van de mensenrechten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Kouter immers een deportatieplaats. In haar gedicht verbindt De Block deze plek op quasi lieflijke wijze met de dualiteit die de wereld verscheurt, met de soms dunne grens tussen liefde en verraad. De beginregels “Zoals een vallend blad” communiceren ook met het uitvergrote, opkrullend blad van de Amerikaanse kunstenares Jessica Diamont, dat met andere bladeren in de granieten tegels van de Kouter ingewerkt is.

[Jean-Paul den Haerynck]

Over L. De Block: