terug naar index
De Bom, Emmanuel

(Antwerpen, 09.11.1868 - Kalmthout, 14.04.1953)

Bibliothecaris van de Antwerpse stadsbibliotheek, auteur van journalistiek werk, romans, novellen, essays en toneelwerk
Als journalist was hij correspondent van de Nieuwe Rotterdamsche Couriant en redacteur van Volksgazet. Voorts was hij mede-oprichter van, en schreef hij in de tijdschriften Van nu en straks, Vlaanderen en het Tijdschrift voor boek en bibliotheekwezen.
Veel van zijn journalistieke bijdragen over auteurs en kunst bundelde hij in Het leevende Vlaanderen (1917), Nieuw Vlaanderen : kunst en leven (1925) en Dagwerk voor Vlaanderen : ontmoetingen en portretten (1929).

Wrakken (1897), de kleine, pessimistische roman die zich afspeelt in het Antwerpse schipperskwartier, wordt beschouwd als zijn belangrijkste werk, ook als een voorbeeld van het fin-de-siècle-naturalisme én als de eerste echte Vlaamse stadsroman.
Hij was lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Nadat hij in 1929 de oeuvreprijs voor letterkunde van de provincie Antwerpen had gekregen, ontving hij later, in 1940, ook nog de grote vijfjaarlijkse staatsprijs voor Vlaamse letterkunde (eveneens oeuvreprijs).

E. de Bom en Gent

De Bom kende Gent en hij kende vooraanstaande Gentenaars.
In Op reis door het Vlaamsche land (1941) beschrijft hij (hoofdstuk 4) op humoristische wijze een toeristisch bezoek dat hij met enkele Hollanders bracht  aan Gent.
In Nieuw Vlaanderen sprak hij zijn vurige bewondering uit voor het redenaarstalent en het Gentse dialect van Edward Anseele (die de bundel ten andere voorzag van een ruim voorwoord).
In datzelfde Nieuw Vlaanderen getuigt hij van zijn (maar ook van  Buysses en Anseeles) bewondering voor het talent van de acteurs van de Gentse Multatulikring, naar aanleiding van hun opvoering (1911) van Buysses Het gezin van Paemel  in de Gentse Nederlandse Schouwburg.
In Het levende Vlaanderen schreef hij o.m. opstellen over Cyriel Buysse en Karel van de Woestijne, zijn vriend voor het leven.
Legendarisch tenslotte, is wel de kennismaking geworden van hem en van Karel van de Woestijne met Stijn Streuvels. Zij ontmoetten elkaar op 5 juli 1896 in Gent en die bijeenkomst blijkt bepalend geweest te zijn voor Streuvels’ verdere schrijversloopbaan én voor zijn medewerking aan de (tweede reeks van) Van Nu en straks.

[Frans Heymans]

Over E. de Bom: