terug naar index
De Keyser, Sidy (Sidonie)

(Gent, 23.03.1907 - Gent, 23.05.1952) 

Dichteres. Van 1923 tot 1927 studeerde ze aan de Stedelijke Normaalschool voor Onderwijzeressen in de Casinostraat (die later Wispelbergstraat werd). Beroepshalve was zij onderwijzeres in Gent. 

De Keyser werd geboren in de Gentse Gezondheidsstraat. In 1925 vertrok ze naar Mariakerke (Eeklostraat) en daarna naar Drongen (Vierhekkenstraat). In 1930 keerde ze terug naar Gent en woonde zij er achtereenvolgens in de Sleepstraat, de Steendam (1931-), de Kasteelkaai (die later Hagelandkaai werd; 1934- ), de Blekersdijk (1940-) en de Galglaan (1950-).  

Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte zij (zoals o.m. ook de Gentse dichteres Dora Mahy) deel uit van de Faun-Groep rond Paul Rogghé. Enkele gedichten van haar werden gepubliceerd in De Vlaamse Gids (1946) en in de eerste jaargang van het literair tijdschrift De Faun (januari 1945 - januari 1946).  

Zij debuteerde met de bundel Gedichten (1933). Haar andere bundels waren Deining (1966), De zatte matroos (1939) en Sappho (1946). Met deze laatste bundel werd zij (samen met Geo Bruggen, voor zijn Het naakte hart) de allereerste laureate van de in 1946 gestichte  literaire prijs van de Stad Gent.
Globaal genomen is haar poëzie traditioneel, met soms wat geforceerde eindrijmen. De bekroonde bundel Sappho (één gedicht van 12 bladzijden) is een loflied op de Griekse dichteres Sappho van Mutilene (Lesbos, ° 630 v. Chr.). Deze bundel kreeg, net als De zatte matroos (over de roes van één nacht, van een vrouw uit een bordeel en een zeeman) destijds in het katholieke Lectuurrepertorium 1952-1966 nog de zedelijke quotering “voorbehouden lectuur”. “In de geest van de tijd” – schrijft Daniël van Ryssel– “komt er [echter] geen onvertogen woord in voor, maar de woordkeuze is rijk genoeg om de verbeelding lustig haar gang te laten gaan”. 

[Freiko Calle]

Over S. de Keyser