terug naar index
De Lange, Karel

(???, ca. 1521- Luik, 29.07.1573)  

Erudiete, Latijnschrijvende filoloog en dichter, ook gekend onder de naam Carolus Langius. 

Over zijn geboorteplaats is er weinig zekerheid. Sommige bronnen (o.m. zijn vriend Justus Lipsius) vermeldden Brussel, andere hielden het bij Brugge of Berguiny (nabij Cassel, Frans Vlaanderen).
Dat hij in Gent verbleven heeft, mag blijken uit de meldingen van enkele tijdgenoten-Gentenaars. Zo plaatste Antonius Sanderus hem bij de “Gentenaars die door geleerdheid uitgemunt hebben”. Hij beschreef hem als “een uitmuntend dichtkundige en wijsgeer, en van zijnen tyd de grootste kender van geleerde werken, gelyk Justus Lipsius hem noemt”. Marcus van Vaernewijck nam hem op in zijn De historie van Belgis, meer bepaald in zijn “Alphabetische beredeneerde naemlyst der Gentenaeren, die in de (...) letteren en wetenschappen eenen onsterffelyken naem verworven hebben”. En Justus Ryckius bedacht hem in zijn ode aan 14 Gentse dichters (vertaald door Philip Blommaert en onder de titel Lof der Gentsche dichters opgenomen in diens bundel Gedichten). 

De Lange kreeg mogelijk in Gent al onderricht in Grieks en Latijn. Later studeerde hij  filosofie en rechten aan de universiteit te Leuven, stad waar hij lange tijd verbleef. Samen met Torrentius ondernam hij in 1552 een reis naar Italië waar hij in Padua (of Bologna) doctor in de burgerlijke en kerkelijke rechten werd. Teruggekeerd vestigde hij zich in Leuven en koos hij voor een religieus leven. In 1555 werd hij kanunnik van de Sint-Lambertkathedraal van Luik en later van de Sint-Walburgakerk te Veurne.

Hij legde zich toe op de studie van de klassieke literatuur en hij publiceerde werken van o.m. Marcus Tullius Ciceron en van Titus Maccius Plautus. Zoals de meeste latinisten van zijn tijd, begaf hij zich ook aan de poëzie, zij het met gering succes. Daarnaast was hij bekend om zijn belangstelling voor de botanica.
Na zijn overlijden werd zijn rijke bibliotheek, met tal van Griekse en Latijnse handschriften, gekocht door Torrentius die ze op zijn beurt bij testament toewees aan de Leuvense Jezuïeten.

[Frans Heymans]

Over K. de Lange: