terug naar index
De Pillecyn, Filip

(Hamme aan de Durme, 25.03.1891 - Gent, 07.08.1962)

Leraar, journalist, pamflettist, dichter, prozaïst, vooral bekend als auteur van romans en novellen, lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
Hij groeide op in de streek tussen Schelde en Durme, deed zijn humaniorastudies in het Klein Seminarie te Sint-Niklaas en studeerde vanaf 1910 Germaanse Filologie in Leuven.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog meldde hij zich als vrijwilliger voor het Belgisch leger en belandde hij aan het IJzerfront. Vlaamsgezind en sociaal bewogen, kwam hij op voor de rechten van de gewone soldaat. Met Rik Borginon en Adiel Debeuckelaere vormde hij de leiding van de Frontbeweging. In 1918 begon zijn journalistieke loopbaan bij De Standaard. Enkele jaren later stapte hij over naar Het Volk. In 1926 promoveerde hij tot doctor in de Wijsbegeerte en Letteren, met een proefschrift over Hugo Verriest.
Zijn keuze voor de nieuwe ordening tijdens de Tweede Wereldoorlog en het aanvaarden van de functie van directeur-generaal voor het middelbaar onderwijs, leverden hem na de oorlog een gevangenisstraf van 10 jaar op wegens “culturele collaboratie”. De vijf jaren die hij daarvan effectief uitzat lieten een diepe en blijvende indruk op hem na, als mens én als kunstenaar.

De Pillecyns eerste grote roman was Blauwbaard (1931). De belangrijkste werken van deze verfijnde stylist waren Monsieur Hawarden (1935, novelle, in 1967 verfilmd door Harry Kümel), De soldaat Johan (1939, roman, hij kreeg er in 1942 de prijs van de Vlaamse provincies voor), Mensen achter de dijk (1949, roman) en de novellen Rochus (1951) en Elisabeth (1961). Zijn Verzameld werk verscheen in 1959-1960 (4 dln.). In 1981 werd nog Kiespijn der ziel : onuitgegeven journalistiek bezorgd door Richard Baeyens.

Vanaf 2005 publiceerde het Filip de Pillecyncomité, opgericht in Hamme in 2003, onder voorzitterschap van Emmanuel Waegemans, een reeks jaarboeken onder de titel Filip de Pillecyn Studies. Deze essayistische bijdragenreeks werd aangevuld met bibliofiele edities, vertalingen en herdrukken van De Pillecyns werk, waaronder zijn Gedichten over de Groote Oorlog uit 1920, het fotoboek Zestig jaar ‘Mensen achter de dijk’ (2009) en de hommagedichtbundel Ongehoorde woorden voor Filip (2012). Belangrijk was ook de studie van Peter de Graef over De Pillecyns journalistiek werk en over zijn engagement in de Vlaamse Beweging, Portretten en polemieken (2014).

F. de Pillecyn en Gent

De Pillecyn woonde vanaf juni 1946 in Gent, aan de Leiekaai. In april 1947 verhuisde hij naar de Martelaarslaan en in mei 1950 keerde hij terug naar de Leiekaai. Vanaf februari 1951 vestigde hij zich in de Patijntjesstraat, in een huis dat zijn tweede vrouw had laten bouwen.
Zijn stamcafé was het Vlaams Huis Roeland (Korte Kruisstraat) waar hij elke dinsdag en elke vrijdag in gezelschap van zijn vrienden genoot van zijn sigaar en zijn borrel, en waar de obers hem begroetten als “Doctor De Pillecyn”.
Na een longontsteking overleed hij in het Academisch Ziekenhuis. Hij werd begraven op Campo Santo, in Sint-Amandsberg (park A, kelder 48/3). In oktober 1963 werd een bronzen portretmedaillon van Emiel Poetou op zijn grafmonument geplaatst.

Naar aanleiding van de vijfentwintigste verjaardag van zijn overlijden werd in oktober 1987 in het Toreken aan de Vrijdagmarkt een tentoonstelling, Herdenking Filip de Pillecyn 1892-1962, gehouden; op Campo Santo was er een herdenkingsplechtigheid.
In 1992 bracht het Rodenbachfonds van Gent het gedenkboek 100 jaar Filip de Pillecyn én een Kunstmap Filip de Pillecyn uit; tevens richtte het een Literaire wandeling Filip de Pillecyn in (met begeleidende brochure).

Johan Daisne, hoofdbibliothecaris van de Stadsbibliotheek van Gent, was een goede vriend van Filip de Pillecyn en was samen met hem (die tevens medestichter was) bestuurslid van de Vereniging van Oost-Vlaamse Schrijvers.

Zijn speelse Dona Mirabella (1952), toneelspel in drie bedrijven naar een thema van de Engelse dichter Ben Jonson (1573-1637), werd in 1953 opgevoerd door het Nederlands Toneel Gent, in regie van Rudi van Vlaanderen met in de hoofdrollen de latere NTG-directeur Walter Eysselinck en Walter Cornelis. In 1961, ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van De Pillecyn, voerde de Gentse rederijkerskamer Jhesuys met der Balsemblomme dit stuk op in de regie van Staf Bruggen.

Gentse werken

De soldaat Johan is de boeiende en hartstochtelijk geschreven geschiedenis van een laat-middeleeuwse, moegevochten soldenier uit het leger der Bourgondische heren. Hij keert terug uit de oorlog en bindt, als Vlaamse boer in de Durme-vallei nu, de strijd aan met landheren, ridders en geestelijken, tegen onrecht, domheid en obscurantisme. Als het avontuur hem weer lokt, verlaat hij zijn akkers om met het opstandige boerenvolk ten strijde te trekken, aan de zijde van de Gentenaars. Dit boek werd door de auteur opgedragen “aan die van Gent”. Het bevat, o.m. een heerlijk (op historische gronden berustend) verhaal over een uit de hand gelopen Sint-Lievensprocessie van de Gentenaars in 1467.

Pieter Fardé : de roman van een minderbroeder (1926) is alles behalve een Gentse stadsroman, wel een verhaal over een Gentenaar. Het is het verhaal van de 17de-eeuwse Gentse minderbroeder die, gedreven door zijn geloof, geld inzamelde om zijn christelijke broeders in het Heilig Land vrij te kopen. In 1686 vertrok hij naar Palestina. Na veel omzwervingen en tegenspoed keerde hij terug naar Vlaanderen. Hij stierf in 1681, in Aken. Gerard Walschap schreef over dit boek o.m. “Wie wil leren vertellen, of weten hoe men vertellen moet, leze dit heerlijke boek. De Pillecyn (…) schrijft een constructief sterk proza, verbluffend van suggestiviteit en van een klassieke soberheid”.

[Richard Baeyens] 

Over F. de Pillecyn: