terug naar index
De Smet, Yves

(Gent, 29.01.1946 - Sint-Amandsberg, 04.10.2004)

Auteur, beeldend kunstenaar, curator, docent, organisator, performer, verzamelaar, voordrachtgever.
Hij gaf tijdens zijn studies al in 1965 kleurenadvies voor glasramen van Jos van Driessche in Lokeren. In 1967 werd hij lesgever Esthetica aan de Centrum Etalageschool te Gent. In 1969 begon hij aan het Gentse Sint-Lucasinstituut te doceren, eerst Kleurenleer (afdeling Architectuur) en Schilderen (Ateliers Dan Van Severen en Van Heucke). Hij bleef er tot 2001 docent Vormleer, later Expressie (afdeling Architectuur Gent en Brussel). Hij werd in 1984-1985 ook gasthoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven.

In 1966 richtte hij samen met Willy Plompen en Jan Van den Abbeel de “Plus”-beweging op, een vrije groepering rond constructieve, abstracte kunst. Een jaar later leerde De Smet het werk van Emiel Poetou kennen, had hij contact met dichter Roland Jooris [zie aldaar] en organiseerde hij de Plus-Meeting waar Michel Seuphor te gast was. Individueel debuteerde hij in de galerie Le Disque Rouge te Brussel met zijn expo Evoluties-Evolutions. Tijdens zijn dienstplicht in Keulen beperkte zijn creatief werk zich tot concrete poëzie en een bezoek aan de Documenta 4 (1968) in Kassel.
De Smet definieerde zijn werk eerst als Relations (1971-1978), vervolgens als Conciliations (1979-1987) en maakte tentoonstellingen geordend volgens data, o.m. getoond in Gent, Brussel, Oostende en Apeldoorn. De vormgeving en ‘geleide toevalligheid van glazuur in de oven’ van de Waalse keramist Roger Guérin intrigeerde De Smet zodat hij ‘collaboration pieces’ begon te maken met kunstenaars uit diverse disciplines.
In 1982 publiceerde hij te Wetteren een cyclus van twaalf tekstconstructies “Le pour ou le contre” or the Impossible Choice. In 2003 stelde hij ondanks zijn gezondheidstoestand nog de tentoonstellingen The Path is the Goal IV (Berlare) en Ornithology II (Kalken) samen, en net voor zijn overlijden in 2004 werkte hij nog voor het Posthotel in Wetteren.

Voor zijn tentoonstelling “Megalits” (Gent) ontving hij in 1977 de Prijs van de Belgische Vereniging der Kunstcritici en een werkbeurs van de Belgische Staat.

Yves de Smet en Gent

De Smet woonde en werkte zijn hele leven in Gent.
Tijdens zijn jeugd hadden De Smets ouders een kledingwinkel in de Langemunt; op zondag mocht Yves, door de week intern in het college van Melle, mee op restaurant in Gent. Zijn belangstelling voor toegepaste kunst werd al vroeg gewekt door de meubelen en tapijten die zijn grootvader voor zijn eigen interieur had ontworpen.
Van 1961 tot 1964 studeerde hij Sierkunst aan de Secundaire Technische School van het Sint-Lucasinstituut te Gent, vervolgens Monumentale Kunst aan het Hoger Sint-Lucasinstituut, met Gaspard De Vuyst als titularis (1964-1967) en bekwaamde zich daarna nog in Ruimtelijke Vormgeving (beeldhouwen en boetseren) bij Vic Temmerman (1966-1967) aan het Sint-Lucasinstituut voor Socio-Culturele Promotie. Hij volgde als vrije student de colleges Moderne Wijsbegeerte van Rudolf Boehm aan de Gentse universiteit (1969-1971); filosofie, het structuralisme, de relatie tussen filosofie en linguïstiek van Ludwig Wittgenstein en het oosterse denken zouden een stevige greep krijgen op zijn eigen creatief werk.

Vanaf het midden van de jaren 1960 ging De Smet in het Pand (Patershol) wonen, in een totaal witte ruimte (kamer 80 op de eerste verdieping) en creëerde hij monochrome reliëfs, architectonische integraties en minimalistische constructies, mede door de eerste contacten met Amédée Cortier. Van 1969 tot 1973 runde hij samen met Jenny Van Driessche in Gent de galerie Pus-Kern, Centrum voor Constructieve Vormgeving en publiceerde hij het tijdschrift Plus-Nieuws (18 nummers).

In 1970 nam hij deel aan Concepts in Celbeton, Dendermonde, het jaar daarop bekende hij zich in Brussel met Vorm En Inhoud resoluut tot de conceptuele kunst. Taal, semiotiek, getallen, archeologie, etnische kunst, megalieten, stenen en de relatie natuur en cultuur bepaalden zijn werk.

In de Gentse Yang Poëzie Reeks verschenen zijn bundels Structures (nr. 35, 1972), Eight Works (nr. 48, 1974) en Excercices (nr. 62, 1976). Hij stichtte met Peter Beyls, Leo Copers, Werner Cuvelier, Eric de Volder [zie aldaar], Bernard Dewerchin, René Heyvaert, Staf Renier en Fred Vandaele ook de individualistische groep “IX”. In 1975 schreef hij de tekst voor It always takes a short time, een compositie van Gentenaar Peter Beyls. Hij werkte in die periode ook bij Jan Dibbets te Amsterdam en ontwikkelde met Annie Dedeken en Christine Ranson de performance Encounter (Proka-Zwarte Zaal, KASK, Gent, 17.05.1977).

Na zijn inspirerende lezingen in de Gentse Academie en in Sint-Lucas over vormverwantschappen tussen art deco en etnische kunst, publiceerde De Smet met Norbert Poulain Van kromme tot rechte: architektuur en toegepaste kunsten in Oost-Vlaanderen van 1920 tot 1940 (1979). Later volgden nog enkele gezamenlijke projecten, o.m. in 1999 over beeldhouwer Emiel Poetou (Gent 1885 - Drongen 1975), en eind 1980 werden beiden medestichters van Interbellum – Vereniging voor de Studie van de Vernieuwende Creativiteit tussen de Twee Wereldoorlogen. In het gelijknamige bulletin publiceerde De Smet in 1989-1990 een scherpe aanklacht tegen het verknoeien van de Villa Landing van Henry van de Velde te Astene.

De Smet werkte inmiddels consequent verder aan zijn oeuvre en toonde zijn befaamde datareeksen ook in Gent: Order and Deconstruction, Disorder and Reconstruction (1976-1980) en MDCL (1983-1984).
Voor Sint-Lucas Gent ontwikkelde hij de projecten T.R.A.I./TRY (Tentoonstellingsruimte voor Architectonische Informatie, 1982) en ARKUMEKO (Architectuur en Kunst tussen Mens en Kosmos, Centrum voor Architectuuronderzoek, 1984). In 1985 cureerde hij de tentoonstelling Tussen hemel en Aarde op de binnenkoer van de Gentse Universiteitsbibliotheek (Boekentoren) en het HIKO, een actueel luik bij de tentoonstelling Een toren voor boeken. In 1989 volgde Vic’s Story – opgedragen aan zijn leraar Victor R. B. Timmerman - in de belvedère van de Gentse Boekentoren (samen met Hendrik Hendrickx, Patrick Lefebure en Patrick Lints).

In 1990 initieerde De Smet de ideeënwedstrijd “Een beeld in een stad: Bruges-la-Morte op de Begijnhofdries te Gent”, in 1993 gevolgd door een tentoonstelling over die plek met het monument van George Minne voor Georges Rodenbach, en een catalogus waarin hij Treurlied om een Catalpa publiceerde. Zijn belangstelling verlegde zich naar het landschap als natuurlijk en cultuurhistorisch fenomeen, met inbegrip van het stedelijke element. Daaruit volgden lezingen over de Lectuur van het landschap, voor Amarant, A Taste of Earth (ATOE), en bijdragen in het tijdschrift Volle Maan (1993-1996) en Onderland (vanaf 1994). Uit eigen en collectieve tentoonstellingen in Brussel, Eke en Gent (Narcissus in Love) bleek dat ook zijn Conciliations-reeks nog niet was afgerond.

Na zijn vervroegde pensionering in 2001 werkte hij nog mee aan het tijdschrift VF&G – Vorm, Filosofie en Gaga (nr. 12, Vijf en vijftig plus een) en maakte in zijn geliefde stek Huize Sint-Jacobus de tentoonstelling Laments, een herinnering aan tien overleden verwanten. De Smet overleed zelf op 4 oktober 2004 in zijn woning te Sint-Amandsberg en werd begraven op Campo Santo. Uit respect voor zijn gedachtegoed werd de blikken doos Some air of Ghent, op 15 augustus begraven te Kalken (om ze vijf jaar later te openen), onaangeroerd gelaten en met een steen gemarkeerd tijdens de Hommage aan Yves De Smet 1946-2004.

Taal was voor Yves De Smet uitermate belangrijk; hij zocht het juiste woord in de juiste context en in zijn beeldend werk werden de grafische vorm, de betekenis en de confrontatie van woorden crucialer naarmate hij naar de conceptuele kunst evolueerde. Hij koos daarbij vaak voor de dubbele betekenissen van het Engels en het confronteren van links - rechts, positief - negatief: “Left is not Right – Right should be Left” is een graffiti van De Smet op een tuinmuur in de Lieven De Winnestraat te Gent (1986-1997). 

[Norbert Poulain] 

Over Yves De Smet: