terug naar index
D’Exsteyl, Roger

(Ledeberg, 22.12.1926 - Gent, 26.01.1979)

Pseudoniem van Roger Martens. Gentse journalist, uitgever en schrijver van misdaadromans en verhalen. Hij studeerde parapsychologie, journalistiek en dramatische kunst. Aanvankelijk was hij een man van allerhande jobs: loopjongen, dokwerker, vakbondsbediende enz. Later schreef hij als freelance-journalist voor enkele dagbladen. Hij werd ook literair medewerker van de BRT (nu VRT).
Als auteur zou D’Exsteyl voornamelijk romans en verhalen voor volwassenen schrijven, maar ook voor jongeren. Het merendeel van zijn werken is te omschrijven als “misdaadverhaal”, “macabere humor” of “griezelliteratuur”. Het mysterieuze, het gruwelijke, het angstaanjagende en zelfs het sadistisch-lugubere trokken hem aan, alhoewel hij ook wel eens een hoorspel of zelfs een simpel sprookje bracht. De grondtoon van zijn werk bleef altijd Vlaams – zoniet Gents – en katholiek.
Behalve zijn Gentse romans (zie verder) publiceerde hij voor volwassenen o.a. nog Het avontuur met Beatrijs (1956) en het korte verhaal Moord in veelvoud (1963). Daarnaast verschenen essays en filmscenario’s, en enkele jeugdboeken, waaronder de “teenagerroman” Herrie op Oak-Lodge, in samenwerking met John Flanders. Verschillende boeken verschenen in Franse vertaling.
De kwaliteit van zijn werk verzwakte mettertijd door een drang naar veelschrijverij. In januari 1979 werd D’Exsteyl het slachtoffer van een fatale huisbrand.

R. d’Exsteyl en Gent

D’Exsteyl richtte een eigen uitgeverij op: “ ‘t Lanteernken” (in de Gentse Sint Niklaasstraat). Hij wilde zich specialiseren in misdaadverhalen van Belgische schrijvers. De reeks uitgaven zou “Bakerstreet-Mysterie” heten. Het eerste daarin verschenen boek was De dames Verbrugge (1953), een zogenaamde “roman noir” van de toen nog zo goed als onbekende Roger d’Exsteyl zelf. Die droeg zijn debuut op aan zijn oudere boezemvriend John Flanders (alias Jean Ray) die – alles welbeschouwd – merkelijk productiever zou zijn.
Een Nederlandse lector beval het werk meteen aan voor verspreiding, ook in Holland, vermits het voldeed aan alle wetten van de mysterieroman en buitengewoon spannend was. Dit nieuwe geluid bleek een voltreffer in ons taalgebied en speelde zich af in een door en door burgerlijk Gents milieu.
Zijn schildering van de beklemmende sfeer achter de gordijntjes van de obscure patriciërshuizen in het centrum van Gent spraken blijkbaar tot de verbeelding; er verschenen heruitgaven in 1954 en 1964, nu onder de titel Rapsodie in bloed, en in 1966 als Soeper met vleermuizen.

Dat succes heeft hij later niet meer geëvenaard. We vermelden nog: Steekspel met schimmen (1954), een twaalftal fantastische kortverhalen die zich in Gent afspelen. In april 1993 werd het verhaal Kruiswegstraat 6 verfilmd door het Gentse filmbedrijf Daskalides, in een tweetalige versie (Rue du Calvaire 6). Dat verhaal wordt wel eens de allereerste Vlaamse “roman noir” genoemd. Opmerkelijk was weer de typisch Frans-Gentse atmosfeer die er toen – in het algemeen –  nog heerste in deze stad. Alhoewel de sfeerschepping geslaagd was, bleek het suspensegehalte dat veel minder. Door zijn Gentse herkenbaarheid werd de film toch een commercieel succes.

[Frans Heymans]

Over R. d’Exsteyl: