terug naar index
DREUX, DICK 

(Amsterdam, 27.05.1913 - Naarden, 06.12.1978)

Nederlandse journalist en schrijver van televisie- en hoorspelen en vooral van historische jeugdromans. Pijlen voor Artevelde beschrijft de inspanningen die Gentenaar Jacob van Artevelde leverde om de Vlaamse steden te verenigen in een unie met Engeland.

Dick Dreux, eigenlijk Dirk Johannes Hendrik Dreux, groeide op bij zijn grootouders en koos als zestienjarige voor een leven op zee en een avontuurlijk bestaan. Als orchideeënonderzoeker werkte hij in Zuid-Amerika, als hennephandelaar in Afrika, als boortorenarbeider in Texas. In 1938-1939 vocht hij in de Spaanse burgeroorlog tegen de fascisten van generaal Franco. 
Pas in 1945 keerde hij terug naar Nederland, waar hij onder meer in de Amsterdamse Wagenaarstraat en in Bussum woonde. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij reporter, later zelfstandig auteur en medewerker van de Nederlandse VARA-radio (1959-1970). Zijn werk was vooral in de jaren 1950-1960 erg populair, door zijn boeiende vertelstijl en levendig geborstelde maatschappelijke fresco’s.

Zijn schrijverschap richtte zich echter vooral op de jeugd. Hij debuteerde in de jaren 1950 met eenvoudige avonturenromans (Des konings glorie, 1953; De vrije nering, 1958) en een meer geschiedkundig gedocumenteerd werk, De boekaniers (1964). Door Hans Kresse geïllustreerde vervolgverhalen verschenen in het stripweekblad Donald DuckDe verdwenen prins (1954),Het geheim van het oerwoud (1957), Randar de bevrijder (1961).
Hij schreef ook meer dan 450 hoorspelen, vooral voor de schoolradio, behoorlijk divers van onderwerp, waaronder het westernavontuur De ballade van Bliksem Billy (1964), De keizer en de houten kop (1964), over een revolutionaire marketentster in het leger van Napoleon Bonaparte, of Een veld in Vlaanderen (1968), over de slagvelden rond Ieper in de Eerste Wereldoorlog.
Zijn historische jeugdromans spelen zich meestal af tegen een Hollandse achtergrond, getuige titels als Jan Volckertszoon(1965), De stormvogel van Edam (1968), Dolle Dirck, de zaankanter (1972), Verzwegen journaal : het geslacht Ramhout(1972, over het Twaalfjarig Bestand). Ik wil geen beul zijn (1953) en De grote leugen (1966) waren oorlogsverhalen.
Voor volwassenen schreef hij de romantrilogie De familie Ronckaart (1976-1978) en enkele tv-filmscenario’s, die door de Vlaming Paul Cammermans werden geregisseerd: De arme dieven (BRT/NCRV, 1966, met Julien Schoenaerts) en Ritmeester Buat (NCRV/KRO, 1968, in tien delen, naar de roman Elisabeth Musch van Jacob van Lennep).

Dick Dreux en Gent

Enkele specifieke titels, verzameld in de Zwarte leeuw-reeks, verwijzen naar historische gebeurtenissen in Vlaanderen: De kreet van de Clauwaert (1971) en de vervolgdelen, De draak van Damme en De poorten van Ieper (beide 1972).
In dezelfde reeks verscheen ook Pijlen voor Artevelde (1971), dat zich grotendeels afspeelt in Ieper en de bossen van Houthulst. Het boek thematiseert echter de inspanningen die Gentenaar Jacob van Artevelde leverde om de concurrentiestrijd tussen de Vlaamse steden onderling te slechten en hun bevolking te verenigen in een unie met Engeland, tégen de Franse koning en zijn vazal, graaf Lodewijk van Nevers. Hoofdpersonen van het verhaal zijn Arteveldes gezant Amijn van Vormezeele, de in Vlaanderen aangespoelde jonge Friese zeeman Harald Kogge en de vogelvrij verklaarde Damse koopman Joert De Pyckene. Goed psychologisch doordacht is dat Dreux de jonge lezer onder een laagje romantiek en avontuur enig inzicht in het heldendom en Vlaamse volksleven biedt. Hij toont welke drijfveren de tegenstanders bezielen, zowel de Franse legeraanvoerder Danbray, de Duitse huursoldaat Hallbach als de gezagsgetrouwe Vlaamse poorters. 
Voor Literair Gent is vooral de drie pagina’s lange, lyrische openingsscène van Pijlen voor Artevelde het memoreren waard; die speelt zich af op grote hoogte, rond de toren van het Belfort en bij Klokke Roeland.

[Jean-Paul den Haerynck]

Over Dick Dreux