terug naar index
Exbrayat, Charles

(ps. van Charles Durivaux; Saint-Etienne, 1906 - Planfoy, 08.03.1989) 

Franse journalist en auteur van meer dan 90 politieromans die vaak eenzelfde stramien volgen. Elke titel is een cocktail, door sommigen als pastiche en door anderen als roman policier humoristique omschreven. De ingrediënten zijn steeds dezelfde: gewone mensen vervullen de hoofdrol; één of meer beschuldigden zijn té naïef om schuldig te zijn; de zoektocht naar de moordenaar leidt steevast naar de meest onwaarschijnlijke van alle figuren; doorheen dit alles is een liefdesverhaal(tje) geweven. Het geheel wordt veelal gesitueerd in een exotisch decor – of een decor dat als zodanig moest doorgaan voor de doorsnee Fransman van de jaren ’50 en ’60. Exotisch was dan synoniem met Engels, Italiaans, Spaans of gewoon de Franse “province”. Verschillende van zijn verhalen werden verfilmd of voor tv bewerkt. Un matin, elle s’en alla (1969) en Jules Matrat (1974) behoren tot zijn bekendste titels.  

Des demoiselles imprudentes (1961) speelt zich af in Gent, meer bepaald in de Muide, nog specifieker tussen de Muidebrug en de spoorweg of, zoals de Exbrayat het zegt, “Au-delà du pont, c’était Gand et, derrière, passé la ligne de chemin de fer de Muidestation, ce n’était déjà plus le vrai Muide dont les habitants se tiennent pour le sel de la vieille terre flamande” (p. 15). De auteur droeg dit boek op aan Baudouin Maertens, prud’homme de la bonne ville de Gand.
De roman beschrijft een stukje leven na de Tweede Wereldoorlog, in een klein dorp van al bij al 10 tot 15 straten waar de tijd heeft stilgestaan en waar Gent nog “buitenland” is. De oorlog is nog niet vergeten. De middenstanders zijn er mensen van aanzien, maar de kaasboer wordt nog steeds verweten dat hij zich verrijkt heeft op de zwarte markt; de familiale verhoudingen zijn nog duidelijk gestructureerd rond de werkende vader; de slechteriken zijn te vinden in café De Geroeste Spijker.   

Al bij al tekent de auteur een gemeenschap uit de boekjes, sympathiek weliswaar want zeer menselijk. Toch zullen weinigen er zich vandaag nog in herkennen, zeker de Gentenaars niet.

[Chantal de Smet]

Over Ch. Exbrayat: