terug naar index
Forster, Georg

(Nassenhuben/Danzig, 27.11.1754 - Parijs, 10.01.1794) 

Duits natuurkundige, filosoof, schrijver en vertaler, vooral bekend als reiziger. Als kind bezocht hij al Rusland en Londen, in 1772-1775 ging hij met kapitein James Cook op wereldreis (A voyage round the world, 1777). De beeldende beschrijvingen en filosofische beschouwingen, naast scherpe observaties van landschap en bevolking, bezorgden hem al heel jong literaire roem.
Daardoor werd hij in 1777 al lid van de Britse Royal Society, twee jaar later ook van de vrijmetselaarsloge en in 1788 bibliothecaris van de universiteit van Mainz. Hij doceerde in Kassel en Vilnius en onderhield nauwe relaties met de belangrijkste vertegenwoordigers van de Verlichting.
In de lente van 1790, na de Brabantse omwenteling, ondernam hij met zijn leerling Alexander von Humboldt een reis waarover hij zijn belangrijkste literaire werk publiceerde, het driedelige Ansichten vom Niederrhein, von Brabant, Flandern, Holland, England und Frankreich (1791-1794). In 1943 bezorgde Leo Just een veel beknoptere heruitgave: Reisebriefe aus den Niederlanden 1790.
Forster publiceerde ook populair-wetenschappelijke essays over mensenrassen, natuurkunde en de ideeën van de Franse Revolutie (Werke, Tagebücher, Briefe; 18 delen). Hij leefde na 1792 als Duitse banneling in Parijs. Zijn oeuvre werd zowel verguisd als vereerd. Jaarlijks houdt men in
Kassel een internationaal Forster-colloquium. 

G. Forster en Gent

In zijn Ansichten vom Niederrhein... weidde hij uit over zijn bezoek aan Gent. Hij kwam de stad  binnen met de barge (trekschuit) uit Brugge, waarop “netheid overal samengaat met pracht en elegantie”. Hij beschreef zowel de opvarenden als de geneugten aan boord. Daarna volgden beschouwingen over de Gentse waterwegen, straten en gebouwen en de gevolgen van de grote brand in de Gravensteenwijk op 14-15 november 1789. Verder werd zijn reisverslag gevuld met lange uitweidingen over de groene regio van Gent en over de schilderijen in de Sint-Baafskathedraal (van Otto Venius, Pieter Paul Rubens, Gerard van Honthorst en Jan van Eyck).
Anderzijds had hij het niet zo begrepen op het “middelmatige” karakter van de Gentenaars en het gebrek aan onderwijs voor de vlijtige landarbeiders. Door zijn grote interesse voor revolutie en democratie merkte hij wel op dat Vlaanderen inzake burgerlijke vrijheden voorop liep. Voorts vond hij dat de Gentenaren, die door keizer Karel tot stroppendragers veroordeeld werden, zich voor elke nieuwe bezoeker te schande maakten door uitgerekend voor zo’n man een dergelijk standbeeld op te richten.

[Jean-Paul den Haerynck]

Over G. Forster: