terug naar index
Fris, Victor

(Geraardsbergen, 18.02.1877 - Elsene, 24.05.1925) 

Historicus, leraar, docent aan de Gentse universiteit, stadsarchivaris, bibliograaf. Secretaris van de Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent. Lid van de Archiefcommissie, van de Commissie voor Monumenten en Stadsgezichten en van de Commissie van de Oudheidkundige Musea. Hij publiceerde talloze bijdragen over de Vlaamse en de Gentse geschiedenis. Voor het historisch geïnteresseerde publiek blijft zijn naam verbonden met zijn onvolprezen Histoire de Gand (1913), zijn Bibliographie de l’histoire de Gand depuis les origines jusqu’à la fin du XVe siècle (1907) en later zijn Bibliographie de l’histoire de Gand depuis l’an 1500 jusqu’en 1850 (1921), zijn De bronnen van de historische romans van Conscience (1913) en zijn Laus Gandae : éloges et descriptions de Gand à travers les âges (1914). 

V. Fris en Gent 

Hoewel afkomstig van Geraardsbergen bracht hij zijn studententijd en het grootste gedeelte van zijn actieve bestaan door in Gent. In 1899 promoveerde hij tot doctor in de Letteren en Wijsbegeerte. In 1900 behaalde hij het diploma van kandidaat-archivaris en een jaar later werd hij laureaat van de Universitaire Wedstrijd. Zijn carrière in het onderwijs bracht hem via de Koninklijke Athenea te Oostende, de lagere normaalschool voor juffrouwen en het De Kerchove-Instituut te Gent naar de Gentse universiteit waar hij de leergangen paleografie, diplomatiek, oefeningen geschiedenis en historische kritiek op zijn schouders nam. Hij combineerde deze educatieve taken met het voltijdse ambt van stadsarchivaris. In 1916 volgde hij Victor van der Haeghen in deze functie op.  

Hij woonde van 1904 tot 1921 onafgebroken in Gent. Aanvankelijk had hij zijn adres in de Lange Munt; een maand later verhuisde hij naar de Jan Breydelstraat, in juli 1905 naar de Hofstraat, in maart 1906 naar de Toekomststraat, precies twee jaar later naar de Keizer Karelstraat en in december 1910 nam hij zijn intrek aan de Terplatenkaai waar hij zou blijven wonen tot 1921. 

Als stadsarchivaris liet hij eerder weinig tastbare sporen na. Twee wapenfeiten blijven echter met zijn beleid verbonden: vooreerst dat hij in 1918 waardevolle archiefstukken recupereerde die door de Duitsers in de crypte van het Geraard de Duivelsteen waren opgeborgen – en vervolgens dat hij in het Stadsarchief een bijzonder rijke handbibliotheek uitbouwde, bekend vanwege de aanwezigheid van tal van boeken inzake archivistiek, diplomatiek en de paleografie.
Het Stadsbestuur houdt zijn nagedachtenis in ere met een straatnaam (uitkomend op de Gebroeders Desmetstraat, in de nabijheid van de Gasmeterlaan).  

Victor Fris was een begaafd en belezen historicus, met een vruchtbare pen. Hij was gespecialiseerd in de geschiedenis van het graafschap Vlaanderen en in het bijzonder in het rijke verleden van Gent. Talloze artikels van hem verschenen in de Handelingen van de Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent. Bovendien schreef hij tientallen biografische notities voor de Biographie Nationale en verzorgde hij enkele bronnenuitgaven. Hij schreef, zowel in het Nederlands als in het Frans, over economische, sociale en militaire geschiedenis, maar ook over onderwerpen van kunsthistorische aard.  

Zijn Histoire de Gand werd niet enkel geprezen omdat het een aanzienlijk hiaat vulde in de historische literatuur over deze stad maar ook om zijn literaire verdienste: vlot als het geschreven is, laat het zich lezen als een roman met jubelende beschrijvingen van de jaren van welvaart en met trillend ingehouden toorn over de tijdperken van verval en achteruitgang.
In zijn (Franstalige) Laus Gandae bloemleesde hij indrukken van een honderdtal illustere figuren (filosofen, politici, kunstenaars, wetenschapslui, generaals en literatoren) die de stad bezochten van de 11de tot de 19de eeuw. Wat de literatoren betreft, neemt hij teksten (met bronvermelding) op van Dante Alighieri, Alexandre Dumas, Desiderius Erasmus, Victor Hugo, Jean Racine en anderen.

[Leen Charles]

Over V. Fris: