terug naar index
Gallatin, James

(New York, 18.12.1796 - Parijs, 29.05.1876)

Amerikaans brieven- en dagboekschrijver, zoon van Albert Gallatin, die in de Amerikaanse delegatie in 1814 de Vrede van Gent onderhandelde met de Britten. Op zeventienjarige leeftijd fungeerde James daarbij als de persoonlijke secretaris van zijn vader. Later arriveerde hij in Frankrijk op het ogenblik dat Napoleon uit Elba ontsnapt was. Hij poseerde ook als Cupido voor het beroemde schilderij “L’Amour et Psyche” van de Franse kunstenaar Jacques-Louis David.
James Gallatin volgde zijn vader op als voorzitter van de Gallatin National Bank in New York. Na zijn pensionering vestigde hij zich definitief in Parijs, van waaruit hij in 1818 al meldde dat hij nooit meer aan Amerika zou kunnen wennen.

J. Gallatin en Gent

Tijdens de diplomatieke reizen van zijn vader hield James Gallatin een dagboek bij. Aan de objectiviteit en de betrouwbaarheid van zijn verslaggeving moet enigszins getwijfeld worden. Zijn relaas is af en toe onnauwkeurig, soms zelfs gewoon foutief. Ook de manier waarop hij de rol van zijn vader Albert Gallatin binnen de Amerikaanse delegatie overdrijft, strookt niet met de werkelijkheid. Zijn indrukken van de voorbereiding van de “Treaty of Ghent” werden pas in 1914 in Scribner’s Magazine gepubliceerd. Twee jaar later verscheen de volledige boekuitgave: The diary of James Gallatin. Zijn notities werpen een genuanceerder licht op het totstandkomen van de Vrede van Gent en op die andere Amerikaanse onderhandelaar John Quincy Adams (zie aldaar).

Dat die onderhandelingen onder precaire omstandigheden startten en het bijna een half jaar duurde voor de vredesvoorwaarden door alle partijen aanvaardbaar geacht werden, blijkt ook uit een deel van Albert Gallatins correspondentie, die James in zijn eigen dagboekuitgave opnam (o.a. een brief aan Madame de Staël dd. 4 oktober 1814 en een felicitatiebrief van niemand minder dan Alexander von Humboldt).
James Gallatin rapporteerde in zijn dagboek ook over zijn Gentse logement (Hôtel d’Alcantara, ook bekend als Hof van Lovendeghem, op de hoek van de Veldstraat met de Volderstraat) en over zijn bezigheden. Hoezeer de maandenlange onderhandelingen verbonden waren met het Gentse stadsleven blijkt uit de aandacht voor het feestbanket dat door de Stad Gent werd aangeboden na de ondertekening van het vredesverdrag en voor de feestelijke sfeer in Gent in de winter van 1814-1815. Voorts schreef Gallatin over het Engelse garnizoen in de stad, de lelijkheid van de Gentse vrouwen en de curieuze Vlaamse traditie om wafels te eten als ontbijt.

Ook later noteerde hij in zijn dagboeken nog enkele opmerkelijke details. Bij zijn verblijf in Oostende eind juli 1817 merkte hij dat de badstad overbevolkt was met o.a. Gentse bourgeoisie. In maart 1819 in Londen – toen de voorwaarden van de Vrede van Gent volledig heronderhandeld konden worden – , en in 1821 komt hij terug op zijn Gentse tijd en de moeilijke verhouding tussen zijn vader Albert Gallatin en John Quincy Adams, beiden Amerikaanse afgevaardigden voor de “Treaty” zeven jaar eerder.

[Jean-Paul den Haerynck]

Over J. Gallatin: