terug naar index
Handtpoorter, Fernand

(Poperinge, 04.01.1933 - Gent, 05.08.2007) 

Vlaams dichter, proza- en toneelschrijver. Na de klassieke humaniora studeerde hij Germaanse filologie aan de Gentse universiteit. Hij was achtereenvolgens leraar in Eeklo en Zelzate, studieprefect in Zottegem en Eeklo. In 1957 kwam hij in Gent wonen, aan de Krijgslaan. In 1958 vestigde hij zich in Gentbrugge, in de Jules Persijnstraat en vanaf  1961 in de Dr. Wautersstraat. Daarna (vanaf 1962?) woonde hij in Assenede en vanaf 1997 in De Pinte. Hij overleed in het Gentse Universitair Ziekenhuis. Zijn urne werd bijgezet op de begraafplaats Campo Santo in Sint-Amandsberg. 

Samen met o.a. John Bultinck, Jo Verbrugghen en Frans Sierens was hij betrokken bij de oprichting van de Gentse literaire tijdschriften Het Antenneke (1954-1959), waarin zijn eerste proza verscheen, Cyanuur (1955-1956) en Pelion (1960). Voorts werkte hij mee aan Deze Tijd (1956-1959), Cultuurleven (1967), Elseviers Literair Supplement (1970-1972) en Mandragora (1979-1980).  

Zijn poëtisch werk omvat  negen bundels elegische verzen, koldergedichten evenals klassieke strofische maar ook in vrije versvorm geschreven gedichten. Reeds in 1956 werd zijn werk bekroond door de Gentse universiteit. Basisthema in zijn werk was steeds de menselijke ontoereikendheid. In de wijze waarop hij spot en ironie hanteerde om de eigen kwetsbaarheid te camoufleren, zag men verwantschap met het werk van Richard Minne en Willem Elsschot.

Zijn vijfde dichtbundel Te sterven zonder dees (1970) werd beschouwd als zijn poëtisch hoogtepunt; het werd bekroond met de poëzieprijs van de Provincie Oost-Vlaanderen (1971). 

Behalve gedichten publiceerde hij ook een verhalenbundel Bel Avenir (1968) en twee romans,  De kleine God (1970, een schoolroman die een tijdlang als een klassieker gold) en Als een kommerloze hond (1972). Met laatstgenoemde roman, die sterk autobiografisch getint is, zette hij een satirisch en nauwelijks verhuld beeld neer van het literaire leven in Gent. Hij liet er figuren in opdraven waarin o.a. Ludwig Alene, Johan Daisne, Frans Sierens, John Bultinck, Jo Verbrugghen en de voltallige redactie van het tijdschrift Cyanuur te herkennen zijn.
Zijn scherpe schilderingen van het kleinburgerlijke milieu, met zachtmoedige en twijfelende personages als protagonisten, leverden hem opnieuw de vergelijkingen met Willem Elsschot op.  

Veel van zijn dramatisch werk, deels geschreven voor de toenmalige BRT-radio, bleef ongepubliceerd. De Vlaamse gaai is een bandiet (1978) was daarop een uitzondering. Het werd bekroond met de Nestor de Tièreprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (1977) en met de literatuurprijs van de stad Brussel (1977). In 1985 kreeg hij de Provinciale Pol de Montprijs voor toneel en luisterspel, voor het (onuitgegeven) Het Lek (1985). 

Handtpoorter schreef verschillende bijdragen in de reeks Oostvlaamse literaire monografieën en publiceerde (samen met Rik Ricourt) een boek over de legendarische bokser Cyriel ‘Tarzan’ Delannoit (1991).  

[Freiko Calle] 

Over F. Handtpoorter: