terug naar index
Hans, Abraham

(Sint-Maria-Horebeke, 12.02.1882 - Knokke, 06.07.1939)

Protestantse onderwijzer, journalist bij Het Laatste Nieuws, bijzonder productieve én populaire auteur van talloze volksromans, toeristische leesboeken en verhalen voor de jeugd. Wegens de in het begin van de jaren 1880 heersende schoolstrijd moesten zijn ouders in 1887 verhuizen naar Roeselare. Abraham studeerde aan de Rijksmiddelbare school in Menen en aan de Groen van Prinstererkweekschool in Doetinchem (Nederland). Tijdens de Eerste Wereldoorlog week hij uit naar Nederland en was hij er oorlogscorrespondent voor dagblad De Telegraaf. Na de oorlog vestigde hij zich in Kontich.  

De meeste van zijn volksboeken verschenen eerst als dagbladfeuilleton en daarna in boekvorm. Verscheidene werken werden nadien onder verschillende titels uitgegeven of soms bewerkt voor de jeugd. Zijn eerste succesroman voor volwassenen was De Vlaamse boskerel (1913). Van zijn talloze andere werken voor volwassenen vermelden we nog een gave bewerking van Reinaert de Vos (1912). In 1922 startte hij een reeks van wekelijkse afleveringen in de A. Hans kinderbibliotheek, met o.m. Jacob van Artevelde (nr. 169) en Keizer Karel te Gent (nr. 323).  

Het Protestants Historisch Museum Abraham Hans te Horebeke bewaart de volledige verzameling van zijn werken. Het is bovendien gewijd aan de geschiedenis van het protestantisme in Vlaanderen.

A. Hans en Gent  

De auteur bezocht Gent meermaals als toerist en hij schreef over de stad in zijn journalistiek en in zijn toeristisch werk. Enkele van zijn romans speelden zich (deels) af in Gent, zo:  

Keizer Karel in Vlaanderen, in 1921 ook verschenen als De dochter van de tapijtwever en later herwerkt  tot De liefdesavonturen van Keizer Karel in Vlaanderen – roman over het begin van de 16de eeuw. Tegen de achtergrond van de Hervorming, de Inquisitie en de onlusten in Gent beschrijft A. Hans de romance tussen de 21-jarige Karel V en Janneke van Gheest, romance waaruit de latere Margaretha van Parma zou geboren worden. De auteur brengt weinig sympathie op voor de jongeman. Een collage uit deze roman verscheen onder de titel Keizer Karel te Gent, in de reeks A. Hans kinderbibliotheek 

De liefde van Veerle (1926, ook verschenen als De schone beenhouwersdochter) – eveneens over het begin van de 16de eeuw. Ongeveer de helft van deze roman is gewijd aan het relaas van het oproer te Gent en de strijd van “een Vlaamschen graaf” die het tot “vorst met veertig kronen” bracht en die zich “meer Spanjaard dan Vlaming” toonde. De strijd ging tussen de Gentse “creesers” (het opstandige volk) en de edelen (aanhangers van Keizer Karel).  

In drie van Hans’ niet-historische liefdesverhalen speelt Gent een bescheiden rol: in De gek van de Molenberg (beschouwd als zijn beste werk, ook verschenen als Twee meisjes van Wijnendale en als De goede strijd, dit laatste uitgegeven in 1922), in De dochter van het Wilgenhof (1924) en in Lea van den molen (1927). Niet zozeer de stad als dusdanig wordt geschetst in deze romans, wél de tegenstelling tussen de Gentse stadsmentaliteit en de plattelandswereld of deze tussen rijk en arm. In De gek van de Molenberg is de spanning (tussen protestants en katholiek) meer van religieuze aard. Bovendien worden in dat verhaal de kleine leefwereld van enkele personages in de Gentse Keizer Karelstraat én het als decadent afgeschilderde Gentse weversmilieu, in het begin van de jaren 1930, beschreven.  

[Daniël Walraed en Frans Heymans] 

Over A. Hans: