terug naar index
Hebbelinck, Georges

(Gent, 04.03.1916 - Gent, 03.10.1964) 

Journalist en romanschrijver, geboren in de Zondernaamstraat als zoon van een gezin van begoede burgers. In januari 1920 verhuisden zij naar de Congostraat. Vanaf juni 1937 nam hij zijn intrek in de Krijgslaan. In maart 1939 verhuisde hij naar de Meulesteedsesteenweg en precies een jaar later naar de Eendrachtstraat. Vanaf mei 1941 keerde hij terug naar de Krijgslaan. Na de oorlog woonde hij vanaf januari 1946 in de Eendrachtstraat; drie maand later al trok hij naar de Kattenberg. Vanaf februari 1951 keerde hij andermaal terug naar de Krijgslaan en precies een jaar later koos hij voor de Mussenstraat. Vanaf juni 1954 woonde hij in de Kunstlaan en vanaf juli 1956 in de Wolterslaan. 

Hij volgde Lager Onderwijs aan de Rijksmiddelbare School te Gent en Middelbaar Onderwijs aan het Koninklijk Atheneum. Van 1933 tot 1937 was hij student aan de Hoghere School voor Handels- en Economische Wetenschappenstudent te Gent, waarop twee jaar studies aan het Instituut voor Journalisten te Brussel volgden.
Hoewel hij stamde uit een liberaal milieu, was hij in zijn jeugd zowel lid van de socialistische als van de communistische beweging. Hij nam deel aan de 18-daagse veldtocht, dook nadien onder in Brussel en werd vanaf 1940 lid van de verzetsgroep “Nieuwe Jeugd”. In 1943 werd hij aangehouden door de Gestapo. Hij werd eerst naar Breendonk en later naar Buchenweld gevoerd. Bevrijd op het einde van de oorlog zou hij zijn verdere leven lijden onder de gevolgen van de mishandeling daar.
Na de oorlog was hij korte tijd hoofdredacteur van De Rode Vaan, vervolgens werkte hij als handwerker op het vliegveld van Sint-Denijs-Westrem. In 1953 werd hij redacteur van dagblad Vooruit in Gent, een jaar later persattaché van minister van Verkeerswezen Edward Anseele. In 1961 werd hij hoofdredacteur van Vooruit en twee jaar nadien beheerder en politiek redacteur van de krant. Hij werd tevens lid van het Nationaal Bureau van de Belgische Socialistische Partij. Hij overleed schielijk op 48 jarige leeftijd en werd begraven op de Westerbegraafplaats. 

Hebbelinck kwam vrij laat tot de literatuur, daartoe wellicht aangespoord door zijn omgeving bij Vooruit, waar hij dagelijks o.m. Richard Minne en Louis Paul Boon ontmoette. Hij debuteerde met het sprookje Kroesbol in het Zoniënwoud waarna hij op korte tijd zijn vier romans schreef: Het meisje in de kelder (1958, een realistisch verhaal van geweld, in het verlengde van de oorlog), De rozen van Kazanlik (1959, het verhaal van een staking, met de Spaanse Burgeroorlog op de achtergrond), De journalist (1960, een harde kritiek op de huichelachtige perswereld en de maatschappij) en De trein reed door het dal : kroniek van het geweld (1962, over zijn leven in het concentratiekamp). Voor De journalist kende het Nieuw Vlaams tijdschrift hem in 1962 de Arkprijs van het Vrije Woord toe.  

Voor Hebbelinck was de literatuur, het schrijven van “schone letteren”, ondergeschikt aan zijn engagement. “De vorm speelt voor mij geen rol”, schreef hij ooit, “ik breng korte zinnen opdat iedereen mij zou verstaan. alleen het onderwerp telt”, en “De literatuur interesseert mij niet. Diep in elk mens schuilt opstandigheid. Die moet hij ontdekken, wil hij de betere wereld ontdekken waarvan hij droomt”.

[Prosper de Smet]

Over G. Hebbelinck: