terug naar index
HEINSIUS (jr.), Nicolaas 

(Den Haag, 1656 – Culemborg, 12.01.1718)

Nederlands prozaschrijver, kleinzoon van de vermaarde humanist Daniel Heinsius. Hij studeerde in Duitsland medicijnen en filosofie. Op beschuldiging van doodslag bij een incident in 1677 vluchtte hij over Antwerpen naar Parijs, maar hij werd bij verstek veroordeeld en al zijn goederen werden geconfisqueerd.
Hij trok als arts-kwakzalver door Frankrijk, Engeland, Duitsland en Italië, waar hij in Rome hofarts werd van de voormalige koningin Christina van Zweden (1626-1689). Hij bekeerde er zich tot het katholicisme en frequenteerde er de hogere kringen. Later was hij als lijfarts in dienst van Frederik III, keurvorst van Brandenburg, en publiceerde hij medische geschriften.
In 1695 keerde hij terug naar de Republiek der Nederlanden en vestigde zich in de vrijstad Culemborg, waar hij op 12 januari 1718 werd begraven; zijn exacte sterfdag is onbekend.

Heinsius jr. vertaalde de Franse schelmenroman Le Roman comique (De kluchtige Romant, 1678) van Paul Scarron en bewerkte Le chevalier hypocondriaque van Sieur Du Verdier tot Don Clarazel de Gontarnos (1632, herdr. 1712). Voor zijn eigen schelmenroman De vermakelyke avonturier (1695) liet hij zich door deze galante romans en het klassieke Spaanse voorbeeld Lazarillo de Tormes (1554) inspireren.
De vermakelijke avonturier is wellicht de meest geslaagde Nederlandstalige picareske roman. Heinsius liet daarin zijn verteller Mirandor via een episodische structuur allerlei belevenissen verhalen, parodieerde de tongval van Hollanders en Brabanders, bespotte de Franse sier en leverde steevast ironische commentaar op maatschappelijke toestanden, adellijke en volkse afkomst, liefdesperikelen, huwelijksontrouw en clownesk gedrag. Zijn rusteloze zwerver Mirandor, qua schelmtype afwijkend van zijn internationale voorbeelden door gesukkel, zwaarmoedigheid en zelfspot, was er vooral op uit om zich in elke stad door berekende relaties op te werken en afstand te nemen van de échte schelmen.
Heinsius’ roman kende in de 18de eeuw acht herdrukken en vertalingen in het Duits, Frans, Engels en Italiaans, naast talloze imitaties. In 1895 editeerde Jan ten Brink enkele fragmenten, in 1963 bezorgde C.J. Kelk een vrije bewerking (“gesnoeid, begoten en verfrist” naar de volledige “voorlaatste druk uit 1756”). Die werd in 1973 door uitgeverij Reinaert in Vlaanderen gebundeld samen met verhalen van Miguel de Cervantes en Stijn Streuvels tot een befaamde Omnibus schelmenromans. Pas in 1981 bezorgde Hendrik van Gorp van De vermakelijke avonturier een volledige Nederlandstalige editie met toelichting.

N. Heinsius (jr.) en Gent

De reis van Heinsius’ hoofdpersonage spiegelde autobiografische feiten: Mirandor is thuis weggelopen en vanuit Holland naar Vlaanderen gereisd, waar hij Antwerpen, Brussel, Leuven en Gent aandoet. Later volgen Parijs, Lyon, Londen en – via een zijverhaal – ook Duitsland, geheel volgens Heinsius’ eigen ervaringen.
In het vijfde hoofdstuk, dat zich helemaal in Gent afspeelt, ontmoet Mirandor de Spaanse markies Don Rodrigo de Braccamonte, een ijdeltuit die aan grootheidswaanzin lijdt, alsook een welbespraakte maar gewiekste oplichter die zich voor de graaf van Messina uitgeeft. Heinsius beschreef hoe de gouverneur van de stad deze gasten ontving: in een fraai aangekleed “slot”, waar de kostelijkste spijzen en dranken werden aangevoerd, de wandelplaatsen rondom werden verkend, plannen gemaakt werden voor een reigerjacht en voor grof geld kaart werd gespeeld. Uiteindelijk werd de oplichter ontmaskerd, in een toren opgesloten en tot de doodstraf veroordeeld; de terechtstelling van deze “Grootmeester van de Patibularische orde” op de Grote Markt (Vrijdagmarkt) is door Heinsius hilarisch beschreven.
Aan het begin van hoofdstuk zes komt Gent nogmaals kort ter sprake, als de Spaanse markies voor de naderende winter ijlings zijn buitenhuis moet verlaten om zijn prachtige woning in de stad Gent te betrekken. 

[Jean-Paul den Haerynck]

Over N. Heinsius (jr.)