terug naar index
Hieman, Frans

(Gent, 1522 - Gent, 1585) 

Dichter, deken van de rederijkerskamer Sint-Barbara te Gent. Hij wordt ook Francies of François Heyman of Himan genoemd. 

Hij schreef o.m. gedichten ter ere van nagenoeg alle machthebbers die leefden ten tijde van de opstand tegen Spanje: keizer Karel, Filips II, Maria van Hongarije, Margareta van Parma, hertog Alva, de prins van Oranje en tal van anderen, maar blijkbaar zijn er geen van deze gedichten overgeleverd. 

Door sommige auteurs werd hij geprezen, anderen waren kritischer. Lucas d’Heere schreef een epigram waarin hij hem “ghelaureert Poëte (...) met u hemelsche penne” noemde. Volgens Marcus van Vaernewijck werd hij gewaardeerd als “eenen zeer geagten vlaemschen digter” maar tegelijk leidde deze chroniqueur uit de verscheidenheid van Hiemans onderwerpen ook af dat “...men kan begrypen dat hy eenen taemelyk ligtveirdigen poëet was en dat men hem altyd gereed zag om het beeld van den dag [bedoeld is, de heersende opinie of machthebber] te bewierooken”. Piron schreef hetzelfde ietwat anders “...die naer alle winden draeide, en wie men altyd gereed ziet, om de Goddin van den dag te bewierooken”. Philip Blommaert loofde hem dan weer als  “... te zijner tijde zeer geacht, wegens zijne dichterlijke bekwaamheid”. 

In de hierna gesignaleerde bloemlezing Refereinen en andere gedichten... zijn twee gedichten opgenomen: Aldus de triomfant / Dit lieff mijn leven soet (dl. 1, p. 137-138) en Wacht u, dochter van Sion, voor sweirels samblant (dl. 3, p. 129-132). Onder beide staat – als enige auteursaanduiding – “ Met al te belachene, barbariste per Gent / Sente Pieters muldere is hij bekent [te hertalen als “degene waarmee gelachen wordt (...) en die gekend is als Sint-Pieters’ molenaar”]. In zijn “Aanteekeningen” vraagt de samensteller van de bloemlezing zich af: “Onder welken naam is deze dichter op den Vlaamschen Helikon te plaatsen? Zou het Francies Hieman zijn, deken der rethorijkkamer van Ste-Barbara.
Wat er van zij, zijne refereinen schijnen ons eenen mystieken hutsepot te zijn, zoo zonderling dat men zich zou afvragen of deze Muldere de zinspreuk zijner kamer “Met al te belacheneniet al te ernstig opgenomen heeft.” Mogen we hieruit afleiden dat Hieman ook molenaar van Sint-Pieters(abdij?) was?
 

[Frans Heymans]

Over F. Hieman: