terug naar index
Houckaert, Eligius

(Gent, ca. 1488 - Gent, 04.11.1544)

Priester, overgangsfiguur van de nog middeleeuwse rederijkerstraditie naar het humanisme; leraar Latijn, auteur van Latijnse verzen en bewerker van toneelstukken. Zijn echte naam was Gillis Houckaert maar hij was vooral gekend met zijn verlatijnste voornaam Eligius, ook Eucharius.

Hij studeerde te Parijs waar hij doctor in de filosofie en magister in de Kunsten werd. Later, teruggekeerd naar Gent, was hij (waarschijnlijk reeds in 1510) leraar Latijn in een school “De Roose”, op de Zandberg, langs de zijde naar het stadhuis toe. Hij woonde er naast de school, in “het Witte Huus” (De Potter: Gent van den oudsten tijd tot heden, afl. 9, 1888, p. 590)

Veel van zijn verzen waren van godsdienstig-stichtelijke aard, bedoeld als stof voor zijn leerlingen. Talrijke ervan waren gewijd aan heiligen (bv. aan Livinus, de beschermheilige van Gent). Van hem is ook een gelegenheidsgedicht gekend, Charis et Ganda (1519), op het overlijden van Maximiliaan I en de kroning van keizer Karel. Houckaert onderhield op dat ogenblik nauwe contacten met het Spaanse hof.
Een van zijn lesmethoden bestond erin – ondanks de kritiek die hij daarvoor kreeg van traditionalisten  – zijn leerlingen Latijnse toneelstukken te laten opvoeren, o.m. van de Romeinse toneelschrijver Plautus of – wat zijn bekendste werk zou worden – Grisellis (1519). Dit laatste was een vrije bewerking van het slotverhaal in de Decamerone van de Italiaanse schrijver Giovanni Boccaccio. Het gaat over een arm meisje dat de echtgenote van een Italiaanse markies wordt en wier ziekelijke trouw door haar man duchtig op de proef wordt gesteld. Houckaert had dit verhaal leren kennen via de Latijnse vertaling van de Italiaanse auteur Francesco Petrarca.. Jacob Adolf Worp vermoedde dat Houckaerts bewerking het oudste schooldrama in de Nederlanden is.

Na 1520 hield zijn literaire bedrijvigheid grotendeels op, op enkele gedichten na en, in 1529, een Latijnse vertaling van Anna Byns’ eerste bundel Refereynen.

[Frans Heymans]

Over E. Houckaert: