terug naar index
Ide, René

(Gent, 18.02.1905 - Sint-Martens-Latem, 24.03.1969) 

Bediende, bedrijfsleider, prozaschrijver, dichter, bibliofiel en kunstliefhebber, stichter en voorzitter van Leesclub De Boekuil. 

Hij werd geboren in het Rozendaalken. In 1908 verhuisde hij met zijn ouders naar de Lange Kazemenstraat en in 1915 naar de Baliestraat. In 1923 trok hij, als bediende, naar Marcinelle maar het jaar daarop keerde reeds hij terug naar Gent en woonde er eerst in de Batterijstraat en kort daarna opnieuw in de Baliestraat. In 1929 – na zijn huwelijk met Maria Cantré (dochter van de vermaarde schilder-houtsnijder Jan-Frans Cantré die meerdere werken van Ide zou voorzien van houtsneden) –  verhuisde hij naar de Voskenslaan om een jaar later naar de Clementinalaan te trekken. Van 1932 tot 1960 woonde hij in de Tuinwijklaan en vervolgens verhuisde hij naar Sint-Martens-Latem. 

Nadat hij de Gentse “Ecole du Commerce” had verlaten na onenigheid met een leraar, trok hij in 1931 naar Marcinelle, waar hij kaartjesknipper op de tram was. Daarna werkte hij als bediende, eerst bij de Belgische Werkliedenpartij (hij was en bleef overtuigd socialist), vervolgens enige tijd bij een bank en tenslotte als hoofdrekenplichtige bij een import/exportbedrijf dat hij na de Tweede Wereldoorlog zou overnemen.  

Op literair gebied werkte hij mee aan Pan I (1926-1927) tijdschrift waarvan hij, met Maurits de Doncker, de artistieke leiding had, aan De doedelzak : jaarboek van Vlaamse jongeren (1929), aan de bloemlezing Wij : stemmen van jongeren (1929), aan Stemmen van jongeren (niet gedateerd) en aan publicaties van Leesclub Boekuil, o.m. het premieboek Veertien anoniemen [1951]. 

In tijdschriften publiceerde hij (nooit gebundelde) gedichten. Zijn in de jaren ’20 geschreven verhalen Verhoudingen, Pater en Ursula bundelde hij wél, onder de verzameltitel Mensen : schering en inslag (1931). Ze gaan over mensen, de dood, ongewenste zwangerschap en onrealistische relaties. De auteur plaatst zijn hoofdpersonages boven de vooroordelen van zijn tijd en laat hen begrip voelen voor dolende zielen. Eerstgenoemd verhaal is blijkbaar in Gent gesitueerd, zonder dat de stad er een rol in speelt.  

Veel meer dan voor zijn beperkte literaire productie, zal Ide herinnerd worden voor zijn essentiële rol als stichter en onvermoeibare sterkhouder van Leesclub Boekuil (waarover meer in het Lexicon, Verenigingen). Zonder overdrijving mag gesteld worden dat Ide en “zijn” leesclub een belangrijke rol speelden in het culturele leven van Gent, direct na de Tweede Wereldoorlog en in de jaren ’50. In 1953, bij het begin van de tiende jaargang van Leesclub Boekuil, werd Ide officieel gehuldigd.          

[Daniël van Ryssel]

Over R. Ide: