terug naar index
Lambrecht, Joos

(Gent, ca. 1491 - Wesel, Rijnland, ca. 1556)

Hervormingsgezinde Gentse graveur, lettersnijder en -gieter, boekdrukker, taalkundige, rederijker, spellinghervormer, onderwijzer. Hij wordt een van de belangrijkste Gentse typografen en boekdrukkers van zijn tijd genoemd, niet zozeer om de (eerder matige) kwantiteit van wat hij publiceerde, dan wel om de hoge, vooruitstrevende kwaliteit van zijn werk.

Vanaf 1536 had hij in Gent een uitgeverij “teghen ouer tstadthuus” (tegenover het stadhuis). In april 1545 kocht hij een huis in de Onderstraat, waar hij vanaf 1546 begon te drukken en tegelijk een “walscher schole” (Franstalige school) opende. In 1545 (na het drukken van het reformatorische Corte Instruccye ende onderwijs hoe een ieghelic mensche met God ende zynen even naesten schuldigh es ende behoord te leven van Cornelis vander Heyden) werd hij tot een geldboete veroordeeld. In 1548 zou hij zijn drukkerij verhuurd hebben aan Cornelis Manilius. In 1553 week hij uit naar het tolerantere Rijnlandse Wesel.

Naast overheidspublicaties (bv. ordonnantiën) en werken van religieuze aard, gaf hij een aantal titels uit die vandaag nog klank en historische betekenis hebben:

* Refereinen int vroede, int zotte, int Amoureuze, vertooght binnen Gendt den 20 april 1539 (1539). Dit zijn de gedichten, voorgedragen tijdens de dichtwedstrijd die de beruchte Gentse rederijkersspelen van 1539 voorafging. Vandaag ontleent deze publicatie – naast haar historische betekenis – haar belang niet het minst aan de vooruitstrevende typografie waarin ze door Lambrecht gezet werd. Tot dan werden Nederlandse teksten steevast in gotische letters gedrukt. In Refereinen gebruikte Lambrechts daarvoor, als primeur in onze gewesten, de “Romeynschen a.b.c.”. Bij gebrek aan succes zou hij dit experiment echter niet herhalen voor zijn Nederlandstalige publicaties; 

Spelen van zinnen binnen Ghendt vertooght van 12 tot 23 juni 1539 (1539). Dit zijn de teksten van de geruchtmakende rederijkersspelen zelf. De publicatie bevatte hervormingsgezinde teksten die alles behalve in de smaak van de overheden vielen. Gevolg: in september 1540, een goed jaar na de publicatie door Lambrecht, vaardigde keizer Karel een edict uit dat het drukken, het lezen of het verkopen van de te Gent in 1539 vertoonde stukken verbood, op straffe van halsrechting voor de man en de put (d.w.z. levend begraven worden) voor de vrouw;

* Naembouck van allen naturelicken ende ongheschuumden vlaemschen worden, by a b c overghezett in walscher tale (1546), merkwaardig omdat dit het allereerste Nederlands-Fransch woordenboek was dat in de Lage Landen werd gepubliceerd;

* Néderlandsche spellijnghe, uutgesteld bij vraghe’ ende antwoorde, duer Joas Lambrecht, lettersteker (1550). Dit was het eerste boek, gewijd aan de spelling van het Nederlands, een werkje van 71 bladzijden met vooral beschrijvingen van klanken en de bijhorende letters. Lambrecht streefde ernaar dat elke Nederlandssprekende voor elke taalklank eenzelfde letter zou gebruiken. Zijn doel was niet zozeer een uniforme spelling over de streektalen heen te bereiken, maar wél eenvormigheid in het schrijven van elke streektaal apart. Zijn Néderlandsche spellijnghe was gebaseerd op het Gentse dialect;  o.m. al de schrijfwijze van zijn voornaam in de titel (“Joas” in plaats van Joos, met dubbele “o”) zou op de Gentse “herkomst” wijzen.
Er is van dit werk slechts één exemplaar overgeleverd. In 1882 brachten Jacob-Frans-Jan Heremans en Ferdinand vander Haeghen er een zgn. “heliotypische facsimile”-editie van uit.
De stad Gent houdt zijn nagedachtenis in ere met de Joos Lambrechtstraat, uitkomend op de De Pintelaan.

[Frans Heymans]

Over  J. Lambrecht: