terug naar index
Levis, Eddy

(Gent, 13.10.1944 - ) 

Als onvermoeibaar promotor van het Gentse dialect schreef hij daarover talrijke tijdschriftartikelen en enkele afzonderlijke werken. Voorts hield hij aan zijn beroep van onderwijzer enkele boekjes met kinderkolder en -poëzie over.
Hij groeide op in de volksbuurt van de Plezante Veste (= Blaisantvest) tussen de Muide en het Rabot, woonde er achtereenvolgens in de Beukestraat (waar hij geboren werd) en vanaf 1947 in de Populierstraat. Sedert 1965 woont hij in de Wondelgemse Knotwilgenlaan.    

Hij was (en is thans nog) actief in talrijke verenigingen en commissies zoals de Heemkundige en Historische Kring Gent (beheerder), de Vereniging voor Industriële Archeologie en Textiel (VIAT), verbonden aan het Gentse Museum voor Industriële Archeologie en Textiel (MIAT) (voorzitter), Theater Taptoe (ondervoorzitter), Variaties vzw., d.i. de  koepelorganisatie voor dialecten en oraal erfgoed  in Vlaanderen (bestuurder) en De Gentsche Sosseteit die ijvert voor het instandhouden van het Gentse dialect (“presedent”), om maar die te noemen. 

Van zijn werkjes voor kinderen vermelden we o.m. De kip heeft tsiepkens gekalverd : verzamelde kinderkolder (1985) en Dichter bij kinderen (1988).
Over het Gents schreef hij o.m. Kaak, kaak, nen twiedekker! : Gensche woorde en uitdrukkijnge (1991), Een vrewe es een goe gerief moar... ge meugt da nie in huis hên (speciale aflevering van het Driemaandelijks tijdschrift voor industriële cultuur, 1998, nr. 4, dl. 64) en ‘t Gentsch spant de krune! : leer Gents in 125 dagen (2004). 

In 2000 bracht hij De gruutboekhouwer van Lieven Bauwens : een Gentsche vertellinge, hertaling van een eertijds door Jules de Saint-Genois in niet al te best Gents opgetekend “verhoalijnkske uit 1850” van Frans van Geert (1786-1873).
Zijn onmiskenbare tour de force  is echter Reinoart de vos : noarverteld en op rijm gezet in ’t Gentsch noar ’t origineel Middelnederlands verhoalinkske (2007), samen verschenen met twee door Jacques Vandersichel ingelezen CD’s. 

[Frans Heymans]

Over E. Levis: