terug naar index
Lievevrouw-Coopman, Marie

(Gent, 06.07.1857 - Gent, 16.03.1916) 

Gentse onderwijzeres, later bestuurster aan een stedelijke school, schrijfster van verhalend proza en toneelwerk. Zij was de zuster van de eveneens in dit Lexicon opgenomen auteur Theophiel Coopman en de echtgenote van Lodewijk Lievevrouw (zie op beide auteursnamen).
Zij werd geboren in de Antwerpsestraat en zou daar blijven wonen tot haar huwelijk. Dan namen zij hun intrek in de Slachthuislaan. In 1888 trokken zij eerst naar het Huidevetterken en nadien naar de Zwijnaardsesteenweg. Twee jaar later, in 1900, verhuisden zij naar de Ledeganckstraat, waar zij ook overleed. 

Zelf kinderloos, was zij vooral begaan met haar leerlingen. Zij was o.m. medestichtster van het Pedagogisch Gezelschap in Gent, gaf voordrachten over de opvoeding van kinderen en schreef er werken over, o.m. Het huiselijk geluk (1891), Het volkskind : zijne opvoeding en onderwijs (1904),  Ons vaderland van de vroegste tijden tot de 15de eeuw en Ons vaderland van de 15de eeuw tot de 20ste eeuw (beide 1904). De twee laatstgenoemde werken bieden een mengeling van historisch overzicht en illustrerende verhalen (bv. over Jacob van Artevelde, over Keizer Karel) en gedichten. 

Ook haar literaire werken hadden altijd wel een pedagogische bedoeling. Zij schreef proza, o.m. Sprookjes en vertellingen (waarin het verhaal Van paardekens, die zeere loopen deels in Gent gesitueerd is), de verhalenbundel Voorheen en thans en de toneelstukken De opoffering : eenakter en Tante Barbara. 

Bij dat alles moet worden gezegd dat – zacht uitgedrukt – het literaire werk van Marie Lievevrouw-Coopman niet meteen getuigt van groot schrijverstalent. In Literair Gent past het wél, de aandacht te vestigen op één hoofdstukje in Het volkskind (p. 108-110) waarin de opvoedster die zij was, uiteenzet hoe volgens haar de letterkundige opleiding van jongeren moet gebeuren. Dàt sneed (in zijn tijd gezien) wél hout. 

[Frans Heymans]