terug naar index
Lummenaeus a Marca, Jacobus Cornelius

(Gent, 1570 – Douai, januari 1629) 

Religieus humanist, Latijnschrijvende dichter en toneelauteur. Zijn echte naam was Jacob van Lummene van Marke maar hij koos voor de Latijnse vorm daarvan. Hij was de zoon van de Gentse classicus Charles van Lummene van Marke die afkomstig was uit een Oudenaardse adellijke familie. Jacob kon als benedictijner monnik niet aarden in zijn geboortestad. Hij trok naar Rome, waar hij twee jaar in armoede leefde. Vanaf 1622 was hij in Milaan archivaris van kardinaal Borromaeus, maar door zijn zwakke gezondheid belandde hij in Rome bij dokter Jean de Rogiers, afkomstig uit Douai. In 1628 keerde hij naar Vlaanderen terug, maar stierf onderweg in Douai, waar hij ook begraven ligt. 

Lummenaeus was bevriend met de groten van zijn tijd zoals Antoon Sanderus, Justus Ryckius, Erycius Puteanus en anderen. Een omvangrijke verzameling van zijn werk werd in 1628 gepubliceerd te Douai als het Diarium sanctorum. Dat werk bevat tragedies, redevoeringen en gedichten. Zijn geestelijke drama’s zijn eerder alleenspraken en koorzangen, niet bedoeld voor publieke opvoering want hij richtte zich vooral tot abten en kerkelijke kanseliers, een enkele keer tot aartshertog Albrecht. 

Dat zijn werk een zekere invloed uitoefende blijkt ook uit de opname ervan in De conceptione B. Mariae Virginis panegyricus (1618) en Poemata (1621) van Antonius Sanderus, in de Goddelijke lofzangen van Justus de Harduwyn en in Rosimunda van Jacobus van Zevecote. De Harduwyn beschouwde Lummenaeus zelfs als de redder van de poëzie in Vlaanderen. Volgens Sanderus werd een deel van Lummenaeus’ werk nooit gedrukt. Zijn vriend Justus Ryckius typeerde hem als “Van Marke, groot redenaer en zanger / van heldenmoed en geestdrift zwanger / versmelt de ziel door treffend treurgezang; / wie voelt niet by de diepe smarte, / die woelt door Jeftes smachtend harte / de tranen glyden langs de wang?” 

J. Lummenaeus  en Gent 

Hij studeerde in Gent en trad in bij de Capucijnen. Daarna werd hij benedictijn in de Gentse Sint-Pietersabdij. Vanaf 1613 verbleef hij nog slechts kortstondig in Gent. Wel schreef hij er in de omgeving van de Blandijnberg zijn tragedie Carcer Babylonicus (naar Jeremias, 39) die in 1610 werd gedrukt bij de Gentenaar Gautier Manilius. Ook later werk verscheen eerst bij Gentse drukkers: Corneille Vander Meeren gaf de religieuze tragedies Bustum sodomae, Pleias, Amnon en Corona virginea uit (tussen 1615 en 1628) en drukker Van Kerckhove legde Saül (1621) op de persen. 

[Jean-Paul den Haerynck]

 Over J. Lummenaeus: