terug naar index
Mare, Eline

(Gent, 01.11.1890 - Bussum, 22.05.1957)  

Pseudoniem van Julie Ingenhoes-Geeraerdt. Zij werd opgevoed in een kloosterkostschool.
Aanvankelijk studeerde zij voor zang, tot haar zwakke gezondheid dit onmogelijk maakte. 

Nadat zij kennismaakte met de Noord-Nederlandse literatuur en vooral met de Zwolse auteur G. van Hulzen (schrijver van romans over de lagere volksklasse), legde zij zich ook toe op de literatuur. In een nog krampachtig Nederlands, doorspekt met ongeschaafde Vlaams-regionale dialogen (“Wat gade doen? ’k Benne ’k ik ’nen duts”...), schreef zij zoeterig-realistische romans die zich meestal afspelen in een kleinburgerlijk milieu. Haar debuut, Lieveke (1908), zou haar gaafste werk blijven. Het werd gevolgd door o.m. Cleemkes fortuintje (1910), De witte vos (1929) en Mossieur Sarelke (1931). Tijdens haar verblijf in Engeland deed zij aan journalistiek werk. 

Mossieur Sarelke is het ietwat prutserige liefdesverhaal over een zielig “tailleurke” dat zich graag voordoet als gefortuneerd “couturier de Paris” terwijl het ventje “geenen nagel heeft om zijn rugge te scharten”. Het verhaal speelt zich voornamelijk af in een niet nader genoemde “cité”, een straatje in een Gentse volksbuurt, wellicht in het begin van de 20ste eeuw. De Gentse situering blijkt niet zozeer uit de schaars vermelde locaties (o.m. het Sint-Michielsplein en de Kattenberg) maar vooral uit de vele Gentse dialectwoorden en uitdrukkingen en uit het karikaturaal Frans (bv. “... Ze vas diner. Bonzour, salutations empressées. A voir, mossieur, dame, à voir”) waarmee Sarelke indruk wil maken.
Het Gentse Willemsfonds gaf in 1935 een tweede, ingekorte versie van dit werk uit. 

[Frans Heymans]

Over E. Mare: