terug naar index
Masure, Robert

(Gent, 07.11.1894 - Gent, 14.11.1975) 

Bert (Robert) Robert Masure werd geboren in de Vlaanderenstraat. Het jaar daarop verhuisde het gezin naar de Ham (en hadden zij Edward Anseele als buur). Vervolgens werd verhuizen een periodieke bezigheid: 1896: Blekerijstraat; 1905: Kromewal(plaats); 1914: Sanderusstraat; 1924, na zijn eerste huwelijk: Hoogstraat; 1925: opnieuw Sanderusstraat; 1936: Slachthuislaan (die vanaf 1942- Voorhoutkaai werd genoemd); 1952-: Barrestraat; 1962: Plotersgracht.  

Hij studeerde aan het Koninklijke Atheneum te Gent. Later werd hij beroepshalve klerk-vertaler. 

Aanvankelijk werkte hij mee aan enkele Nederlandse tijdschriften. Zo kwam hij, via De nieuwe Gids, in contact met Willem Kloos die hem tot schrijven aanmoedigde. Verschillende van zijn (verder genoemde) werken werden, vooraleer zij afzonderlijk werden uitgegeven, gepubliceerd in de Vlaamse kranten De Dag en Het Laatste Nieuws of in het weekblad De Zweep.   

In 1936 verscheen zijn De legende van St. Juliaan de Herbergzame, een (wat vertalen betreft) niet al te geslaagde Nederlandse bewerking van Gustave Flauberts La légende de Saint Julien l’Hospitalier (1877).
In 1940 volgde Het oeuvre van Virginie Loveling, een beknopt overzicht.   

Zelf schreef hij de roman De populieren (1950) en een vijftal novellen, van ‘t Fortuintje van Tante Ursule (1947) tot Pension Mon bijou (1956). Het zijn verhalen waarin de invloed van de door hem bewonderde Virginie Loveling en van Cyriel Buysse te herkennen is. Masures werk is echter van een veel bescheidener niveau. Taalkundig zwak en psychologisch weinig uitgediept, sluit het nog aan bij de vooroorlogse volkse literatuur. De verhalen spelen zich af, hetzij in het arbeidersmilieu, hetzij in dat van de kleine burgerij. Sommige werken zijn mistroostig realistisch (bv. Het verlaten huis, 1951), andere moralistisch (bv. De doodskist van Toria Temple, 1952). Enkele novellen zijn blijkbaar in Gent gesitueerd (bv. ‘t Fortuintje…, met deels Gentse dialogen) zonder dat de stad er nochtans in wordt genoemd en gebeurt dat wél (bv. in De rijke man, 1952), dan speelt zij er geen wezenlijke rol in.      

[Frans Heymans]

Over B. Masure: